KANDAHAR - De hoogste Nederlandse militair in Afghanistan, kolonel Arie Vermeij, is somber over het slagen van de wederopbouw in Afghanistan. "Het is dweilen met de kraan open", zegt hij in de Defensiekrant (pdf) die vrijdag is verschenen.

Vanuit het Regionaal Commando Zuid in Kandahar stuurt hij als plaatsvervangend bevelhebber de wederopbouwtaken aan van de internationale troepen in de zes zuidelijke regio's van Afghanistan. Volgens Verweij verloopt een en ander niet geruisloos.

Taliban

De Taliban frustreren de wederopbouw met (bom)aanslagen en allerlei gewapende acties. Een tweede probleem vormt volgens de kolonel de papaverteelt en vooral de bestrijding ervan. Vermeij zegt in de Defensiekrant dat het veel zou schelen, als buurland Pakistan het grensgebied strenger zou controleren.

Grensgebied

"Helaas steunt al-Qaeda de Taliban, die bovendien hulp krijgen vanuit Pakistan. De Pakistaanse overheid blijkt niet in staat de Taliban in het grensgebied Baluchistan aan te pakken en de overgang met Afghanistan dicht te houden. Circa 40 procent van de Taliban, vooral leidinggevenden, vormt de harde kern en arriveert goed getraind direct vanuit Pakistan."

Hij constateert tevens dat de Taliban vanuit Pakistan voortdurend worden bewapend en voorzien van zaken als verbindingsmiddelen en voertuigen. "Zolang Pakistan de grens niet dicht houdt, is het moeilijk werken. Wij nemen veel Taliban gevangen of schakelen hen uit, maar daar komen steeds nieuwe strijders uit Pakistan en andere landen voor terug", aldus Vermeij. "In de huidige situatie pakken wij de Taliban dus wel effectief aan, maar het blijft dweilen met de kraan open."

Kamp

Minister Henk Kamp van Defensie is niet van plan extra Nederlandse troepen te sturen voor de NAVO-geleide missie. Kamp reageerde vrijdag na afloop van de ministerraad op de uitlatingen van Vermeij. Hij kan zich wel voorstellen dat de NAVO extra troepen wil "Maar die komen niet uit Nederland."

Volgens Kamp is er al overleg tussen Pakistan en de landen die met ISAF meedoen, over hoe de grensbewaking beter kan verlopen. Hij wees erop dat het om een uitgestrekt bergachtig gebied gaat waar een bevolking woont die geen centraal gezag aanvaardt. Daardoor kunnen Taliban over en weer de grens over. "Maar dit kunnen we niet in een jaar of dag oplossen", zei Kamp.

De militaire vakbond AFMP/FNV vindt de uitlatingen van Vermeij niet echt motiverend voor de mensen die daar nu zitten. "Het mandaat voor de missie klopt niet. De militairen die daar zitten, komen niet toe aan waar ze daar voor gekomen zijn: opbouwen. Wellicht dat de politiek nog eens goed naar het mandaat moet kijken", zegt de woordvoerster. "Vechten en opbouwen gaat heel slecht samen. Doe of het één of het ander."

Been

De eerste en tot nu toe enige militair die gewond is geraakt in Uruzgan, moet zijn rechteronderbeen missen. De soldaat raakte begin september met zijn patrouille betrokken bij een fel vuurgevecht met tientallen vijandelijke strijders. De militair bestuurde op dat moment een pantserrupsvoertuig (ypr) en liep tijdens het incident ernstig letsel aan zijn been op.

Volgens een woordvoerder van de landmacht is hij een week geleden in het centraal militair hospitaal in Utrecht geopereerd en is zijn toestand stabiel. De hoogste militaire baas van de krijgsmacht, generaal Dick Berlijn, zou de soldaat vrijdag bezoeken, maar dat is uitgesteld omdat de militair een nieuwe operatie moet ondergaan. De militair en zijn familie zitten niet te wachten op aandacht van de media, aldus de woordvoerder vrijdag.

Zin

De Nederlandse bevolking is niet echt overtuigd van de zin van de missie van Nederlandse militairen. Ruim eenderde (37 procent) steunt de missie, maar bijna evenveel (38 procent) is neutraal over de inzet. Een kwart is (sterk) tegen.

Wel is een meerderheid trots op deze militairen (52 procent). 56 procent denkt dat de missie zal bijdragen aan de wederopbouw van Afghanistan. Dat blijkt uit de eerste monitor Steun en Draagvlak van Defensie die vrijdag openbaar is gemaakt.