GENEVE - Het aantal slachtoffers van landmijnen is vorig jaar wereldwijd met 11 procent gestegen tot 7328. Dat is de conclusie van het Landmine Monitor Report 2006 dat woensdag in Genève is gepresenteerd. Ongeveer 20 procent van de slachtoffers bestaat uit kinderen.

Vooral in conflictgebieden als Myanmar, Pakistan, Nepal en India vielen veel slachtoffers. Deze landen hebben een verdrag uit 1997 om antipersoneelsmijnen uit te bannen niet ondertekend.

Colombia

Maar ook in Colombia, dat het verdrag wel heeft ondertekend, nam het aantal slachtoffers schrikbarend toe. Dit land telde vorig jaar maar liefst meer dan 1100 slachtoffers, aldus het rapport.

Het werkelijke aantal slachtoffers ligt vermoedelijk nog veel hoger, omdat veel gevallen niet eens gemeld worden, terwijl kinderen omkomen of voor het leven getekend zijn.

Mijnen

Wel is vorig jaar wereldwijd een groter gebied dan ooit mijnvrij gemaakt. In 2005 is in totaal 740 vierkante kilometer schoongemaakt, ongeveer de grootte van de stad New York. Ongeveer 470.000 landmijnen, waarvan het merendeel antipersoneelsmijnen, en 3,7 miljoen explosieven zijn toen verwijderd.

Vorig jaar zijn de internationale fondsen voor het ruimen van mijnen en steun voor de slachtoffers voor het eerst gedaald sinds de ondertekening van het verdrag negen jaar geleden. De Europese Unie, de Verenigde Staten en acht andere belangrijke donoren hebben minder geld afgedragen. Vooral de fondsen voor het ruimen van mijnen in conflictgebieden als Irak, Afghanistan en Cambodja zijn sterk afgenomen.

Het uit 1997 daterende verdrag verplicht de ondertekenaars hun land binnen tien jaar mijnvrij te maken. Veel landen halen deze doelstelling niet, aldus het onderzoek. De belangrijkste wapenleveranciers, de Verenigde Staten, Rusland en China, hebben het verdrag niet ondertekend.