DEN HAAG - Een op de drie mensen in de Nederlandse gezondheidszorg is ondervoed. Het gaat om 25 tot 40 procent van de ziekenhuispatiënten, 20 tot 25 procent van de verpleeghuisbewoners en 15 tot 25 procent van de mensen die thuiszorg krijgen. Die ondervoeding wordt slechts bij de helft van alle patiënten herkend en behandeld.

Dat blijkt uit een onderzoek dat professor Jos Schols uit Maastricht dinsdag namens de stuurgroep Wie beter eet wordt Sneller Beter heeft aangeboden aan de Tweede Kamer. De resultaten laten bar weinig verbetering zien ten opzichte van voorgaande jaren. In de verpleeg en verzorgingshuizen neemt het probleem zelfs toe. Volgens Schols kost ondervoeding de zorg tussen de 300 miljoen tot 1 miljard euro.

Hij vindt dat de Inspectie voor de Gezondheidszorg moet controleren op het herkennen en behandelen van ondervoeding in ziekenhuizen, verpleeghuizen en in de thuiszorg. Verder pleit hij er voor dat de politiek de instellingen helpt om deel te nemen aan verbeterprogramma's.

Richtlijnen

Op dit moment doen maar 72 van de in totaal ongeveer 1600 verpleeg- en verzorgingsinstellingen mee aan het programma Zorg voor Beter dat moet zorgen dat de richtlijnen voor vocht en voeding worden ingevoerd. Daarnaast doen ongeveer 30 ziekenhuizen mee aan een ondervoedingsproject. Maar in de thuiszorg gebeurt nog niets op dit gebied.

Incontinentie

Ook letsel door incontinentie blijkt nog steeds vaak voor te komen, blijkt uit de Landelijke Prevalentiemeting Zorgproblemen, waar ook de ondervoedingscijfers uit komen. Bij ongeveer 10 procent van de verpleeghuisbewoners en ruim 14 procent van patiënten in algemene ziekenhuizen hebben letsel door urineincontinentie.

Ontlastingverlies leidt bij 16,2 procent van de verpleeghuisbewoners tot 19,2 procent van de patiënten in algemene ziekenhuizen tot wonden. Slechts een kwart van de incontinente patiënten krijgt huidverzorging om letsel te voorkomen.