AMSTERDAM - Nederland is slecht voorbereid op een grote ramp. Dit stellen verschillende experts deze week in het vakblad voor de overheid PM.

De Schipholbrand van vorig jaar oktober is volgens Ben Ale, Hoogleraar Veiligheid en Rampenbestrijding aan de Technische Universiteit in Delft, een schoolvoorbeeld van hoe het mis kan gaan. Het zou daar onduidelijk zijn geweest wie de leiding had.

Rob de Wijk, hoofd van het conflict- en veiligheidsprogramma van instituut Clingendael, deelt die mening. "Er is nog geen helder concept van rampenbestrijding." Volgens De Wijk weten professionals uit het veld wat ze moeten doen, maar de mensen daarboven niet. "Niemand heeft het hele overzicht."

Rampenoefening

Ook zou er in Nederland veel vaker een rampenoefening gehouden moeten worden. Ale vergelijkt het 'maximaal één keer per jaar' oefenen van Nederlandse burgemeesters met de maandelijkse oefening in New York. "Daar zouden we een voorbeeld aan moeten nemen.

Alleen al het overstromingsrisico is reden genoeg om regelmatig te oefenen. De kans dat we onderlopen is een reëel risico. Gevaarlijke stoffen, terroristische aanslagen en voetbalrellen komen daar nog bij."

Kritiek

Het conceptvoorstel van de Wet op de veiligheidsregio's dat enkele maanden geleden is rondgestuurd, krijgt in het artikel ook kritiek te verduren. "We zijn al een heel klein landje en dan gaan we 25 regio's neerzetten, dat is veel te veel", zegt voormalig brandweercommandant Kees te Boekhorst. "Londen is één regio met twaalf miljoen inwoners."

Het ministerie van Binnenlandse Zaken zegt in een reactie dat de regering al langer bezig is de 'bestuurlijke drukte' aan te pakken. "Dat geldt zeker in de rampenbestrijding", zegt woordvoerder Frank van Beers. "Want ook het kabinet erkent dat we er nog niet zijn, en dat het beter moet."

Van Beers benadrukt dat de bestuurlijke verantwoordelijkheid voor beslissingen in één hand komt te liggen bij de bestrijding van grote rampen.