DEN HAAG - Het is onmogelijk het nieuwe inburgeringsstelsel al op 1 januari in te voeren, zoals minister Rita Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratie) wil. Dat stelde de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) vrijdag in een verklaring. De organisatie roept de bewindsvrouw op een nieuwe "realistische" datum vast te stellen.

De invoering van de wet, waar Verdonk al ruim drie jaar aan sleutelt, is al vele malen uitgesteld. Het nieuwe stelsel houdt in dat nieuwkomers en ook bepaalde groepen oudkomers moeten slagen voor een inburgeringsexamen. Gebeurt dat niet binnen een bepaalde termijn, dan kunnen verschillende sancties volgen. Velen moeten de kosten van de inburgering zelf betalen.

De VNG wijst erop dat de Eerste Kamer het wetsvoorstel pas na 31 oktober zal bespreken. Als de wet eenmaal in het Staatsblad wordt gepubliceerd, hebben de gemeenten nog minimaal drie maanden nodig om een en ander te regelen. De VNG vindt inburgering belangrijk voor de integratie in de samenleving. Het is echter wel noodzakelijk de wet gedegen in te voeren, aldus de verklaring.

Verplicht

De Raad van State haalde recent nog een streep door een deel van de plannen van Verdonk. Volgens het adviesorgaan kunnen mensen met een Nederlands paspoort niet worden verplicht een inburgeringsexamen te doen. Verdonk betreurde dat advies, maar gaf aan het wel te zullen volgen.

Ze laat onderzoeken welke aanvullende maatregelen nodig zijn om de inburgeringsachterstanden bij genaturaliseerde Nederlanders te verminderen. Op basis van de afgeslankte wet kunnen straks 250.000 migranten zonder Nederlands paspoort worden gedwongen een inburgeringsexamen te doen.

Verdonk gaat er vooralsnog van uit dat de inburgeringswet op 1 januari ingaat, zo liet ze via haar woordvoerster weten.