MADRID - Spanje heeft de schuld voor de olieramp door de ondergang van de tanker Prestige in de schoenen geschoven van de Nederlandse berger Smit. Volgens de Spaanse minister van Milieu, Jaume Matas, is de enorme milieuvervuiling op zee en langs de kust van Galicië te wijten aan de bergingsmaatschappij.

De bewindsman zei zondag in het dagblad La Razón dat de Spaanse overheid niets valt te verwijten. De bergers lieten de olie wegstromen. Het besluit van de regering de Prestige zo ver mogelijk van de kust te laten slepen was kordaat, afgewogen en op basis van technisch en wetenschappelijk advies, aldus Matas. Volgens hem heeft de regering een ramp van nog veel grotere omvang voorkomen.

Olie overpompen

Smit legt de kritiek naast zich neer. "Dit soort dingen gebeurt nu eenmaal met een lekkend schip op volle zee", aldus een woordvoerder. Smit klaagde eerder dat Madrid om politieke redenen de zinkende tanker Prestige ver op zee liet slepen. De bergingsmaatschappij had het schip liever naar een baai gesleept om in rustig water de olie te kunnen overpompen. "Dan had er ook wel olie gelekt, maar gecontroleerd. Bovendien hadden we dan waarschijnlijk ook het schip kunnen redden", stelde de Smit-zegsman zondag.

Zware slag voor visserij

Volgens de Griekse kapitein van de Prestige, Apostolus Magouras, verging de tanker dinsdag nadat er een gat in de romp was geslagen door een ronddrijvende container. De Spaanse autoriteiten hielden de kapitein aan omdat hij volgens hen onvoldoende meewerkte om zijn schip drijvende te houden. Magouras ontkent dat ten stelligste. "Ik heb mijn leven gewaagd om de slepers en bergers te helpen", aldus de kapitein. De Prestige verloor volgens schattingen tussen de 10.000 tot .000 ton olie. In het noordwesten van Spanje is inmiddels 300 tot kilometer kustlijn vervuild. Daarmee is een zware slag toegebracht aan de regio, die voor een groot deel op de visserij leunt.

Olivlekken

Portugese en Spaanse autoriteiten bevestigden zondag dat er opnieuw olie uit de tanker vrijkomt. Spanje sprak eerder nog de hoop uit dat de resterende 50.000 tot 60.000 ton olie in de tanker op de bodem van de zee zou blijven. Zeker vier grote olievlekken drijven op zee waarvan er twee de kust dreigen te bereiken. Naa aanleiding van de ramp gaan Spanje en Portugal de Europese Unie vragen de vaarroutes langs hun kusten verder op zee te leggen. De bestaande drukke vaarroute langs het Iberisch schiereiland moet veel verder dan de huidige 3,7 kilometer van de kust gaan lopen, vinden Madrid en Lissabon.