WENEN - De Oostenijkse conservatieve christen-democraten van de Volkspartij (ÖVP) hebben zondag een verpletterende verkiezingsoverwinning behaald bij de parlementsverkiezingen. Dat blijkt uit de eerste voorspellingen van de Oostenrijkse televisiezender ORF.

De ÖVP van bondskanselier Wolfgang Schüssel leidt met een geschat stemmenpercentage van 42 procent. Indien de einduitslagen deze schattingen bevestigen, is het de grootste verkiezingsoverwinning in Oostenrijk sinds 1945. De christen-democraten zien met 42 procent hun aanhang met ruim 15 procent stijgen.

Interne twisten

De door interne twisten geplaagde rechts-liberale coalitiepartner van de ÖVP, de Freiheitliche Partei (FPÖ), stort volgens de voorspellingen ineen. Deze voorheen tweede partij van het land met vorige maal bijna 27 procent van de stemmen, houdt slechts 10 procent over.

Groenen groeien ook

De sociaal-democratische SPÖ wint ook, maar bescheiden vergeleken met de ÖVP. De SPÖ groeit naar het zich laat aanzien van ,2 procent in 1999 naar 37,2 procent. Ook de Groenen in Oostenrijk groeien enigszins, van 7,4 procent in 1999 naar naar 8,8 procent nu. De kleine partijen profiteren niet van de implosie van de FPÖ. Hun aandeel in het kiezersaantal is volgens de voorspellingen gedaald van 5,6 procent in 1999 tot 2 procent nu.

Oplopende spanningen

De FPÖ werd groot en roemrucht door de omstreden leider Jörg Haider die de rechts-liberale partij door boude uitspraken een extreemrechts imago bezorgde. Hij hield zich daarom wat op de achtergrond toen de FPÖ in 1999 26,9 procent behaalde en met de ÖVP een regering vormde. De FPÖ begon echter begin september uit elkaar te vallen. Dat kwam door oplopende spanningen tussen het kamp van Haider, die vanuit de provincie Karinthië met argusogen de regering volgde, en de meeregerende FPÖ-prominenten in Wenen. FPÖ bewindslieden voelden zich door Haiders manoeuvres genoodzaakt af te treden. Dat leidde tot de vervroegde parlementsverkiezingen van zondag.