BAGDAD - De voormalige Iraakse dictator Saddam Hussein en twee van zijn medeverdachten in het proces over volkerenmoord in Iraaks Koerdistan hebben dinsdag - de tweede zittingsdag van het tweede proces tegen Saddam - gezegd dat het Iraakse leger het in die periode in de jaren tachtig helemaal niet op de Koerden had voorzien, maar op Iraanse strijders.

Bekijk video: Modem/ Breedband

"De Iraniërs en de Koerdische rebellen vochten zij aan zij", zei de voormalige commandant van de strijdkrachten Zaber Abdul Aziz. Hij zei dat het Iraakse leger het grensgebied wilde 'schonen' van Iraniërs tijdens de 'Anfal'-campagnes van 1988. Voormalig minister van Defensie Sultam Hashim bevestigde dat de operatie niet tegen Koerdische burgers was gericht.

Chemische wapens

Later beschreef een Koerdische getuige echter hoe Iraakse militairen chemische wapens hadden gebruikt tegen inwoners van dorpen in het noordoosten van het land. Tijdens de campagne zijn zeker 50.000 tot 100.000 Koerden gedood, maar mogelijk meer dan 180.000, aldus de aanklagers.

Getuige Ali Mustafa Hama vertelde dat hij op de avond van 16 april 1987 zag dat meer dan tien straaljagers kwamen aanvliegen en de dorpen Belisand en Sheikwasan begonnen te beschieten. "De explosies klonken niet erg hard. Later kwam er groene rook uit de bommen en het rook naar rotte appels of knoflook. Veel mensen kregen meteen rode ogen en begonnen over te geven. De mensen in mijn dorp lijden nog steeds aan ziektes. Mijn kinderen hebben pijn in de borst en hun ogen doen zeer."

Op de vraag hoe hij wist dat het om Iraakse toestellen ging, zei hij: "Ik weet het zeker want de volgende dag heeft het Iraakse leger ons dorp helemaal verwoest. Ze staken het in brand en maakten het met de grond gelijk." Hij zei ervan overtuigd te zijn dat zijn dorp en andere dorpen waren gebombardeerd "omdat wij Koerden zijn". Saddam wees de verklaring van Hama van de hand. "Wie heeft je gezegd dat je dit soort dingen moest vertellen?"