BAALBEK - De Israëlische luchtmacht heeft in de nacht van zaterdag op zondag zijn aanvallen op Libanon voortgezet, ongeacht het diplomatieke gesteggel binnen de VN-Veiligheidsraad.

Volgens de Libanese politie bestookten de Israëliërs vooral wegen en bruggen in het noorden en oosten. Deze aanvallen zijn bedoeld om Hezbollah-strijders te isoleren. Israël wil voorkomen dat de sjiitische groep nog wapens, munitie en raketten krijgt aangeleverd vanuit Iraans of Syrisch grondgebied.

Door de vernielingen van wegen en bruggen kunnen evenwel ook humanitaire hulporganisaties niet of zeer moeilijk werken.

Afgesloten

Alleen al in de oostelijke Bekaa-vallei voerden de Israëliërs zondagochtend zeker acht aanvallen uit. Door het verwoesten van toegangswegen is deze regio, een Hezbollah-bastion, intussen nagenoeg afgesloten van de rest van Libanon en van Syrië.

Israëlische gevechtsvliegtuigen bestookten in de vallei ook een basis van het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina - Algemeen Commando, een militante Palestijnse splintergroep. Volgens Libanese bronnen zouden twee leden van de groep zijn ongekomen.

Onverminderd

In het zuiden van Libanon gaan de gevechten tussen Israëlische grondtroepen en Hezbollah-strijders onverminderd door. De Israëlische autoriteiten maakten zondagmorgen bekend dat twee Israëlische militairen bij de jongste gevechten zijn omgekomen.

Zeker twaalf Hezbollah-strijders zouden het geweld ook niet hebben overleefd. De Libanese politie maakte melding van zeker zes burgerdoden door een Israëlische luchtaanval zondagochtend op het dorp Ansar in het zuiden.