DEN HAAG - De Koninklijke Landmacht heeft in 1995 nauwelijks vermisten kunnen vinden onder de bevolking van Srebrenica. Op basis van cijfers die de toenmalige plaatsvervangend directeur voorlichting Bert Kreemers had opgevraagd bij de landmacht, zouden vrijwel alle vluchtelingen goed terecht zijn gekomen.

De waarheid was anders, zo leerde Kreemers van twee Amerikaanse journalisten. Die kwamen tot de conclusie dat er zeker 6000 moslims vermist werden na de val van de enclave in juli 1995. Kreemers zei dat woensdag tijdens zijn verhoor door de parlementaire enquêtecommissie Srebrenica.

Het onderzoek van Kreemers gebeurde op verzoek van toenmalig minister van Defensie Voorhoeve, die zich zorgen maakte over het lot van de vermisten. Nadat de moslimenclave op 11 juli onder de voet werd gelopen door het Bosnisch Servische leger, werden tienduizenden vluchtelingen, meest vrouwen kinderen en ouden van dagen, geëvacueerd.

Nog eens duizenden moslims, meest mannen, probeerden op eigen kracht de enclave te ontvluchten. Uiteindelijk werd duidelijk dat tenminste 7500 moslims in die dagen werden afgeslacht door de Serviërs.