MOSKOU - De Russische politie heeft enkele dagen na het bekend worden van de opzienbarende reeks kunstdiefstallen uit het wereldberoemde kunstmuseum Hermitage in Sint-Petersburg twee hoofdverdachten aangehouden.

Zij hebben inmiddels bekend dat zij de afgelopen zes jaar waardevolle stukken uit de grootste kunstcollectie van Rusland hebben gestolen, meldde het persbureau Interfax zaterdag.

Conservatrice

De verdachten hebben verteld hoe zij ongeveer zeventig van de in totaal 221 vermiste kunstvoorwerpen gestolen en daarna verkocht hebben. Bij de diefstallen zou ook een conservatrice van het museum betrokken zijn geweest, die eind vorig jaar tijdens een inventarisatie van de voorwerpen in haar afdeling een dodelijke hartaanval kreeg.

De leiding van de Hermitage maakte maandag bekend dat bij een uitgebreide inventarisatie was gebleken dat er 221 voorwerpen, zoals juwelen en ikonen, werden vermist. Aanvankelijk zei de directie dat de gestolen stukken een waarde hebben van omgerekend zeker 3,8 miljoen euro, maar later lekte uit dat het gaat om zeker 78 miljoen euro. Na de bekendmaking ontstond er een discussie over de falende bewaking van de waardevolle stukken in Russische staatsmusea.

Afvalcontainer

Donderdag werd na een anoniem telefoontje een gestolen icoon in een afvalcontainer in Sint-Petersburg teruggevonden. De icoon geldt als een van de waardevolste van de 221 gestolen objecten.

De Hermitage bestaat ruim 300 jaar en is een van de grootste musea ter wereld. Tsarina Catherina de Grote begon met het verzamelen van de kunstwerken. In het museum, het voormalige Winterpaleis, worden meer dan 2,5 miljoen kunstwerken bewaard, waaronder schilderijen, beelden en juwelen. De Hermitage is in 1852 voor het publiek opengesteld.