AMSTERDAM - Ruim tweehonderd kinderen van Nederlandse moeders kunnen fluiten naar een Nederlands paspoort. Ze hadden minister Rita Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratie) gevraagd hen alsnog de Nederlandse nationaliteit te geven. Maar de VVD-bewindsvrouw ziet daartoe geen aanleiding.

Advocate Stans Goudsmit van Everaert Advocaten, die circa 250 inmiddels volwassen lotgenoten bijstaat, zei donderdag dat ze nu overweegt hun zaken voor te leggen aan de rechter. Een besluit daarover is volgens haar afhankelijk van de uitkomsten eind deze maand van een overleg in Tweede Kamer over een wetsvoorstel van Verdonk om het bezit van dubbele nationaliteit verder tegen te gaan.

De kwestie draait om kinderen die voor 1985 zijn geboren uit een Nederlandse moeder en een buitenlandse vader. Tot dat jaar werden alleen kinderen uit een gemengd huwelijk automatisch Nederlander als hun vader Nederlands was. Nederlandse vrouwen konden hun nationaliteit niet overdragen aan hun kinderen. Die kinderen voelen zich vaak wel Nederlander en ondervinden problemen als ze familie in Nederland willen bezoeken of hier willen wonen.

Discriminatie

Volgens Goudsmit is er nog steeds sprake van discriminatie op basis van geslacht in het nationaliteitsrecht. Verdonk bestrijdt dat. In een recent antwoord op schriftelijke vragen van VVD-Kamerlid Arno Visser stelt ze dat het gewraakte onderscheid sinds 1985 volledig is opgeheven voor alle kinderen die zijn geboren uit een Nederlandse moeder en een buitenlandse vader.

Tussen 1985 en 1988 was er een overgangsregeling op grond waarvan mensen alsnog voor het Nederlanderschap konden opteren. Volgens Verdonk is daaraan destijds voldoende bekendheid gegeven en hebben velen (ruim 47.000) er tijdig gebruik van gemaakt. Daarom is er nu geen aanleiding voor een aanvullende regeling voor de groep die alsnog de Nederlandse nationaliteit wil verkrijgen, aldus de minister.

Goudsmit beweert echter dat veel betrokkenen, vooral in het buitenland, niet op de hoogte waren van de overgangsregeling of er na 1988 pas van hoorden. Ze schat dat dat voor ongeveer 30.000 mensen geldt. De advocate wijst er verder op dat andere Europese landen, zoals Groot-Brittannië, Denemarken en Hongarije, recent vergelijkbare discriminerende nationaliteitswetten alsnog hebben aangepast.