JERUZALEM/BEIROET - Het Israëlische veiligheidskabinet heeft besloten het grondoffensief in het zuiden van Libanon uit te breiden. Regeringsbronnen meldden dat het de bedoeling is om alle posities van Hezbollah direct aan de grens met Israël vóór donderdag uit te schakelen en daarna door te stoten naar het noorden.

Bekijk video: Modem/ Breedband

Het is onduidelijk hoever Israël het buurland binnen wil dringen. Sommige bronnen meldden dat het leger de Hezbollah-strijders wil verdrijven tot aan de rivier Litani, circa 20 kilometer van de grens met Israël, totdat een internationale stabilisatiemacht in Zuid-Libanon kan aantreden. Andere bronnen meldden dat een strook land tot 7 kilometer landinwaarts binnengevallen moet worden.

Israëlische gevechtsvliegtuigen beschoten dinsdagochtend een weg die het noordoosten van Libanon verbindt met Syrië, meldde de Libanese politie. De luchtmacht had het voorzien op het dorp Hermel, een Hezbollah-bastion, en de weg van deze plaats naar Syrië, een sponsor van de sjiitische groep.

Gevechtspauze

Israël zei maandag zich aan de gevechtspauze voor wat betreft luchtaanvallen te zullen houden, maar in actie te komen als Hezbollah raketten afvuurt of voorbereidingen daartoe treft.

Overigens zou Israël bereid zijn twee Libanese gevangenen vrij te laten in ruil voor de vrijlating van twee door Hezbollah ontvoerde Israëlische militairen. Dat meldde Haaretz op gezag van hoge functionarissen. Hezbollah heeft sinds de ontvoering van de twee militairen steeds de vrijlating van gevangenen in Israël geëist. De Israëlische regering heeft publiekelijk steeds geweigerd daaraan tegemoet te komen.

Gevangenenruil

Een gevangenenruil zou nu deel kunnen uitmaken van een akkoord over een staakt-het-vuren. Israël maakte juist maandag duidelijk dat op de korte termijn geen staakt-het-vuren aan de orde is, ondanks de internationale druk na het fatale bombardement in de Libanese plaats Qana.

Het dodental als gevolg van het bombardement zondag is opgelopen tot 62, van wie 35 kinderen. Dit heeft de Libanese minister van Buitenlandse Zaken, Tarek Mitri, maandag gezegd tijdens een zitting van de VN-Veiligheidsraad. Mitri pleitte voor een internationaal onderzoek naar het bloedbad. De Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de VN, Louise Arbour, had eerder maandag in Genève al een onafhankelijk, onpartijdig onderzoek door internationale deskundigen geëist.

Onderzoek

Eerder zei Israël zelf een onderzoek te zullen uitvoeren naar het drama. Een Israëlische luchtmachtofficier uitte zondag zijn twijfels over de lezing dat de doden vielen door een aanval van de Israëlische luchtmacht. "Misschien weten we nooit wat er is gebeurd. Misschien lagen er wapens van Hezbollah in het gebouw", aldus brigade-generaal Amir Eshel.

De Libanese premier Fouad Siniora accepteert geen Israëlische excuses voor het bloedbad in Qana. In een vraaggesprek met de Amerikaanse omroep ABC weersprak Siniora maandagavond ook suggesties dat Hezbollah in Qana actief was en daarom een legitiem doel voor Israël geweest zou zijn. De eerste minister vindt dat de joodse staat een misdaad tegen de menselijkheid heeft begaan in Qana.

Milieuvervuiling

Het milieuprogramma van de Verenigde Naties, Unep, heeft intussen zijn "grote zorgen" geuit over de grote milieuvervuiling in Libanon als gevolg van het Israëlische offensief. Door een Israëlische bombardement eerder deze maand op een stroomcentrale is zeker 10.000 ton stookolie in zee terecht gekomen. Meer dan tachtig kilometer van de Libanese kust is daardoor ernstig vervuild geraakt.

Volgens de Britse omroep BBC is de vervuiling vermoedelijk nog veel ernstiger. Mogelijk is er tot 35.000 ton in zee gespoeld. De VN en andere organisaties zijn de Libanese regering te hulp geschoten, maar er zijn nog onvoldoende oplosmiddelen en materialen om de vervuiling goed op te ruimen.