NIJMEGEN - Nederlanders beheersen het Frans, Duits en Engels veel minder goed dan ze zelf wel denken. Ook de taalbeheersing van het Nederlands is zowel op het gebied van schrijven als voor lezen onder de maat. Opvallend is dat ouderen aanzienlijk beter scoren dan hun jongere collega's.

Dat blijkt uit een onderzoek van Bert van Onna en Carel Jansen van de afdeling Bedrijfscommunicatie van de Radboud Universiteit Nijmegen dat maandag is gepresenteerd. De onderzoekers testten de taalvaardigheid van werknemers van tien Nederlandse organisaties met meer dan 500 werknemers.

Een kwart van de onderzochte personen kwam nauwelijks boven het beginnersniveau uit, terwijl ze zichzelf als gevorderde of zelfs vergevorderde beschouwden. Leidinggevenden schatten zichzelf het hoogst in, terwijl de helft van hen als halfgevorderd of minder uit de bus kwam.

Taaltests

Aanleiding voor het Nijmeegse onderzoek was een recent project van de Europese Unie. Uit dat project bleek dat de meeste Europeanen hun taalvaardigheid in de eigen en de moderne talen niet te hoog, maar juist erg laag inschatten. In werkelijkheid scoorden de Europeanen in taaltests beter dan ze dachten.

Nederland week in dat onderzoek af. Driekwart van de Nederlanders liet weten het Engels te beheersen, 57 procent meende zich goed te kunnen redden in het Duits en 12 procent gaf aan Frans te lezen, te spreken en te verstaan. Alleen de Luxemburgers schatten hun beheersing van vreemde talen nog hoger in.

Omdat in het Europese onderzoek niet per land was uitgesplitst hoe goed de taalvaardigheid in werkelijkheid was, besloten Van Onna en Jansen dat in eigen land uit te zoeken.

Zelfoverschatting

"Het beeld is helder", concluderen de onderzoekers. "Nederlanders denken dat ze hun talen goed beheersen. Anno 2006 blijkt dat voor een flink deel op zelfoverschatting te berusten. Ook voor wat betreft de moedertaal. De uitkomsten geven weinig aanleiding tot gerustheid. Nader onderzoek is noodzakelijk."