BEIROET - Het Israëlische leger heeft zondag een bloedbad aangericht onder burgers in de Zuid-Libanese stad Qana. Door een Israëlische luchtaanval kwamen hier meer dan zestig mensen om het leven, onder wie zeker 37 kinderen. De internationale gemeenschap heeft geschokt gereageerd.

Bekijk video: Modem/ Breedband

De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Condoleezza Rice, die op het moment van de aanval in Israël was voor bemiddeling keert maandag huiswaarts. Ze gaat niet naar Libanon. De Libanese premier Fouad Siniora zei dat vredesbesprekingen geen zin hebben vanwege het bloedbad, dat hij een "gruwelijke misdaad" noemde. De Libanese regering wil eerst een staakt-het-vuren voordat over vrede wordt gepraat.

Rice zei "diep bedroefd" te zijn over het bloedbad en riep Israël op te voorkomen dat er nog meer onschuldige slachtoffers vallen. Ze zei verder dat het tijd wordt voor een staakt-het-vuren.

Voor aankomst in Israël zaterdag zei ze nog positief te staan tegenover een Libanees vredesplan. Dit plan voorziet onder meer in een bestand, een VN-vredesmacht in Zuid-Libanon en vrijlating van Libanese gevangenen in Israël en de vrijlating van twee gegijzelde Israëlische militairen.

Ook de Israëlische premier Ehud Olmert zei "diep bedroefd" te zijn. Hij zei dat er geen bevel was gegeven om op burgers te schieten. Wel zei hij dat de inwoners waren gewaarschuwd weg te gaan wegens mogelijke luchtaanvallen.

Gezinnen

Volgens Jeruzalem mikte de Israëlische luchtmacht op een stelling van Hezbollah. Deze sjiitische beweging zou vanuit Qana honderden raketten op Israël hebben afgevuurd. In het drie verdieping tellende gebouw dat werd getroffen, zaten echter gezinnen die al eerder waren gevlucht voor de beschietingen. Qana werd in 1996 ook al getroffen tijdens een offensief van Israël tegen Hezbollah. Toen kwamen honderd mensen om.

Het Israëlische leger zei niet te weten dat er vluchtelingen in het gebouw zaten en onderzoekt de zaak. Een regeringswoordvoerder zei dat onderzocht wordt hoe deze "misser" mogelijk was. Volgens hem verstopt Hezbollah zich tussen de burgerbevolking en is de organisatie daarom verantwoordelijk voor de slachtoffers. Ondanks het bloedbad zei Olmert dat Israël nog tien tot veertien dagen nodig heeft voor het offensief tegen Hezbollah.

Secretaris-generaal Kofi Annan van de Verenigde Naties veroordeelde de Israëlische actie tijdens een spoedvergadering van de Veiligheidsraad. Hij riep wederom op tot een onmiddellijk staakt-het-vuren. De Europese Unie zei dat het bloedbad niet te rechtvaardigen is en dat "een onmiddellijk staakt-het-vuren belangrijker is dan ooit".

Staatsterrorisme

De Syrische president Bahar al-Assad zei dat de aanval op het gebouw met vluchtelingen neerkomt op "staatsterrorisme". De Jordaanse koning Abdullah II repte van een "schandelijke schending van het internationaal recht". De Libanese Hezbollah en de Palestijnse Hamas zeiden dat ze vergeldingsacties zullen uitvoeren tegen Israël.

Uit woede over het bloedbad in Qana bestormden duizenden betogers het hoofdkantoor van de VN in de Libanese hoofdstad Beiroet. Ze schreeuwden leuzen als "Dood aan Israël en dood aan Amerika". Een vlag van de VN werd in stukken gescheurd. De betogers zwaaiden met de vlaggen van Hezbollah en de sjiitische partij Amal. Het VN-personeel had zijn heil gezocht in de kelder. Drie medewerkers raakten gewond.

De Libanese regering zei dat bijna 750 mensen om het leven zijn gekomen sinds Israël drie weken geleden met de beschietingen begon.

Volgens de VN bestaat een derde deel van de slachtoffers uit kinderen. Bijna 800.000 Libanezen, een vijfde deel van de bevolking, zijn op de vlucht geslagen. In Noord-Israël zijn 330.000 Israëliërs gevlucht uit angst voor de raketten van Hezbollah. Zeker 51 Israëliërs zijn omgekomen.