BEIROET/JERUZALEM - In grote delen van Libanon dreigt een ernstige humanitaire crisis door de aanhoudende Israëlische beschietingen en bombardementen. Volgens de VN-voedselorganisatie WFP is het voor de vele honderdduizenden vluchtelingen steeds moelijker om aan voedsel en andere elementaire levensbehoeften te komen door de grote schade aan de infrastructuur.

Secretaris-generaal Kofi Annan van de Verenigde Naties riep donderdag op tot een bestand in Libanon. Dat deed hij tijdens een zitting van de Veiligheidsraad. Annan riep de raad op "resoluut op te treden". Hij veroordeelde de provocaties van de militante sjiitische beweging Hezbollah, maar ook het buitensporige geweld van Israëlische zijde.

De VN-baas eiste de onmiddellijke vrijlating van de twee Israëlische militairen die sinds vorige week in handen zijn van Hezbollah. Voorts moet de militante organisatie zo snel mogelijk worden ontwapend. Een vredesmacht moet de grens tussen Israël en Libanon gaan bewaken, aldus Annan.

Europese Unie

Ook de Europese Unie luidde donderdag de noodklok. Europees Commissaris Louis Michel van Ontwikkeling en Humanitaire Hulp waarschuwde voor een tragische benedenwaartse spiraal. "Elke dag dat de gevechten doorgaan, brengt ons dichter bij een ramp voor de mensen", zei hij. De Europese Commissie stelde vijf miljoen euro extra beschikbaar voor humanitaire hulp aan de slachtoffers, bovenop de vijf miljoen die zij eerder deze week al vrijmaakte.

Hulp

Israël heeft inmiddels laten weten akkoord te zullen gaan met hulp aan Libanon. Volgens een woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken wil Israël geen humanitaire ramp in het buurland, en heeft het al contact gehad met buitenlandse regeringen, VN-agentschappen en nongouvernementele organisaties. De hulpgoederen zullen via Cyprus over zee naar Libanon gaan.

Hezbollah

De Libanese premier Fouad Siniora, die woensdag de internationale gemeenschap al opriep in te grijpen, waarschuwde Israël donderdag dat het geweld de steun onder de Libanese bevolking voor Hezbollah slechts zal versterken. In een vraaggesprek met de zakenkrant Financial Times zei de regeringsleider dat de "criminele Israëlische bombardementen" onmiddellijk moeten stoppen.

Siniora is naar eigen zeggen op zoek naar een oplossing waarin Hezbollah met internationale steun wordt ontwapend en teruggebracht tot een politieke beweging. De macht in het land moet terugkomen bij de Libanese overheid, in plaats van het sterk op Syrië en Iran georiënteerde Hezbollah. Siniora noemde Hezbollah "een staat binnen een staat".

Grondoffensief

De premier waarschuwde Israël tevens om geen uitgebreid grondoffensief te beginnen in Libanon. In dat geval zullen de Libanese strijdkrachten niet vanaf de zijlijn blijven toekijken, zei hij. Israël voert de strijd tot dusver vooral door middel van artillerievuur en luchtaanvallen. Minister van Defensie Amir Peretz sloot een grote operatie op de grond donderdag evenwel niet uit.

De Arabische zender al-Jazeera meldde donderdag de dood van vier Israëlische militairen in Zuid-Libanon. Israël beschouwt de veel bekritiseerde militaire campagne in Libanon desondanks als succesvol. Minister van Transport Shaul Mofaz zei dat Hezbollah een zware slag is toegebracht. De militaire slagkracht van de beweging is volgens de bewindsman gehalveerd.

Vluchtelingen

Het geweld in Libanon heeft tot dusver aan meer dan driehonderd mensen het leven gekost, voor het merendeel burgers. Vooral de arme bevolking in de steden is de dupe van het geweld. Wie het zich kan veroorloven trekt naar de heuvels in het noorden, waar het relatief rustig is. Het merendeel van de ruim een half miljoen vluchtelingen is echter aangewezen op noodhulp.

Westerlingen

Voor de duizenden westerlingen in Libanon kwamen de evacuaties donderdag, ruim een week na het begin van de vijandelijkheden, eindelijk massaal op gang. De Amerikaanse strijdkrachten hebben troepen ingezet om te helpen. Vanuit Beiroet vertrokken onafgebroken volle schepen naar havens in Turkije en Cyprus.

Nederlanders

Een groep van 125 Nederlanders is donderdag met bussen naar Syrië gebracht. Zij worden vrijdag met militaire vliegtuigen vanuit de havenstad Aleppo naar Eindhoven overgevlogen, aldus het ministerie van Buitenlandse Zaken. Eerder deze week werden via dezelfde route al 286 Nederlanders in veiligheid gebracht. Enkele tientallen anderen zijn per schip overgebracht naar Cyprus.