DEN HAAG - Minister Gerrit Zalm van Financiën moet wachten met de privatisering van Schiphol tot na de verkiezingen van 22 november. Dat vinden D66, PvdA en LPF in de Tweede Kamer.

De Tweede en de Eerste Kamer zijn al akkoord met de vervreemding van een minderheidsbelang van 49 procent, maar Amsterdam als medeaandeelhouder ligt dwars. Zalm wil voor 21 juli weten of Amsterdam wil praten over de verkoop van het belang.

PvdA en D66 verwijten Zalm dat hij de zaak wil doordrukken. "Het gaat om meer dan een administratieve handeling, het gaat bij dit conflict met Amsterdam om een politieke zaak waarvoor Zalm het mandaat is ontvallen. De premier heeft de Kamer beloofd terughoudend te regeren", aldus Diederik Samsom (PvdA), die schermt met een motie om die terughoudendheid af te dwingen.

Doordrammen

Hij zou daarbij kunnen rekenen op de steun van D66, die in de Tweede Kamer vorig jaar nog de noodzakelijke meerderheid vormde met CDA en VVD voor de privatisering. Boris van der Ham: "Ik verzet me tegen dit doordrammen van Zalm. Ik vind dus dat de privatisering kan wachten tot na de verkiezingen."

De LPF is principieel tegen de voorgenomen aandelenverkoop. "We hebben de informateur en formateur gezegd dat het een controversieel dossier is. We gaan Zalm geen handje helpen", aldus Kamerlid Max Hermans.

Het CDA neemt een afwachtende houding aan. Woordvoerder Maarten Haverkamp: "Wij zijn nu niet aan zet als Kamer. Maar als hij een contract heeft met Amsterdam, moet die dat zoals beloofd voorleggen aan ons.

Meters maken

Een woordvoerder van minister Zalm bezweert echter dat deze "geen aandeeltje Schiphol" zal verkopen voor overeenstemming met Amsterdam is bereikt. "We gaan door met de voorbereidingen want we willen meters maken. De markt is nu goed. Maar we willen van Amsterdam niet meer dan horen of er een basis is om verder te praten. Het is geen kwestie van ja of nee." Zalm wil voor 22 november geen beslissingen nemen, "die niet meer zijn terug te draaien. We willen met Amsterdam praten".