DEN HAAG - Minister Rita Verdonk (Vreemdelingenzaken) wil een eigen afweging kunnen blijven maken om mensen in een schrijnende situatie een verblijfsstatus te gunnen. De rechtbank in Amsterdam bepaalde vorige week echter dat deze speciale bevoegdheid van de bewindsvrouw berust op willekeur. En dat is verboden in Nederland.

De rechter vindt dat de beslissingen toetsbaar moeten zijn en dus eigenlijk in beleid vervat moeten worden. Verdonk is het daar niet mee eens en gaat in hoger beroep bij de Raad van State, zo bevestigde haar woordvoerder vrijdag.

Justitie wijst erop dat de zogeheten discretionaire bevoegdheid er juist voor is om iemand die niet voldoet aan de beleidsregels, toch een status te mogen geven. De minister kijkt dan "met haar hart" naar deze zaken, zoals ze zelf zegt. Feitelijk kijkt ze naar individuele omstandigheden. Verdonk heeft tussen de acht- tot negenhonderd keer op grond van deze bevoegdheid mensen een verblijfsvergunning verstrekt.

Vluchtelingen

De bevoegdheid van de minister lag al eerder onder vuur in de Tweede Kamer en van VluchtelingenWerk Nederland (VWN). De tegenstanders menen dat er ook criteria moeten zijn om te beoordelen of er een schrijnende situatie is. VWN zegt veel signalen binnen te krijgen over vergelijkbare gevallen, van wie de een wel mag blijven en de ander niet. "De motivatie achter de beslissing ontbreekt of is onduidelijk", aldus een woordvoerster.

Verdonk heeft telkens gezegd dat zij op geen enkele manier wil aangeven waar zij op let, omdat dit dan weer leidt tot nieuwe regels. Haar woordvoerder ontkent dat er een lijst met criteria bestaat. Wel heeft de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) een soort werkinstructie die als leidraad dient voor medewerkers om schrijnende situaties door te geleiden naar de minister. Anders zou de minister vele duizenden dossiers op haar bureau krijgen.

Inburgering

De Amsterdamse zaak betreft een man die veertien jaar in Nederland is en is ingeburgerd. Hij deed een 14/1-verzoek. Zo heten de brieven na een oproep van voormalig minister Hilbrand Nawijn om schrijnende situaties bij hem te melden. Tussen begin 2003 en begin 2005 kwamen bijna 19.000 brieven binnen van mensen die zich schrijnend vonden en in Nederland wilden blijven.

In een tweede zaak achtte de rechter in Amsterdam het slecht denkbaar dat in al die dossiers geen zaken zijn die op relevante punten overeenkomen. Alleen al het feit dat er honderden vergunningen zijn verleend, betekent dat er sprake is van zo'n lijn in de besluitvorming. Verdonk had haar afwijzing in dit geval beter moeten motiveren.

VWN is blij met de uitspraken maar wacht nog af wat er in hoger beroep van overblijft en wat de gevolgen ervan zijn. De organisatie pleit er al jaren voor dat mensen na vijf jaar verblijf in Nederland een status moeten krijgen.