HILVERSUM - De politie en Defensie zijn verwikkeld in een "banale strijd om de macht" over wie de leiding krijgt van de Dienst Speciale Interventies (DSI), het zwaarbewapende arrestatieteam dat in actie komt bij bijzondere incidenten als terreurdreigingen en gijzelingen. Dat zei Jan Willem van de Pol van de Nederlandse Politiebond (NPB) donderdagavond in het tv-programma Nova.

Het circa 100 man sterke team is een samenwerkingsverband tussen politie en Defensie. Nova confronteerde Van de Pol met een besluitenlijst van het bewindsliedenoverleg van 24 februari van dit jaar, waar de programmamakers de hand op hebben weten te leggen.

Daarin staat met zoveel woorden dat het eerst aantredende hoofd DSI (Algemeen Commandant Interventie) een politieman zal zijn, maar dat dit op termijn ook een militair kan zijn. De betrokken ministeries, Binnenlandse Zaken en Defensie, hebben dit aan Nova bevestigd.

Ministerie

Volgens Van de Pol heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken de politiebonden in juni nog verzekerd dat de leiding van de DSI in handen van de politie blijft. "Dit is zeer kwalijk. We zijn voor de gek gehouden. Het is gewoon een banale strijd om de macht. Defensie betaalt het meest en levert de meeste mensen en wil de macht", aldus Van de Pol in Nova.

Machtsdenken

Ook Wim van den Burg van de militaire vakbond AFMP meent dat er een machtsstrijd gaande is over het leiderschap van de elite-eenheid. "De kern van deze strijd is machtsdenken. Het zit op heel hoog niveau, op generaalsniveau, direct onder de politieke leiding, denk ik, daar zal het robbertje wel gevochten worden", aldus Van den Burg in Nova.

NPB-man Van de Pol vindt dat het commandantschap bij de DSI eerst en vooral bij de politie thuishoort. Het besluit van een commandant om, met toestemming van hogerhand, bij een bijzondere actie te doden, moet altijd door een politieman genomen worden, niet door een militair.

"Ze spelen met vuur", aldus Van de Pol. "Ik heb signalen dat politiemensen opstappen als Defensie de leiding krijgt."