DEN HAAG - Enkele voormalige bewindslieden hebben zaterdag in de Volkskrant kritiek geuit op de manier waarop het kabinet Balkenende II parlement en publiek heeft voorgelicht over de missie naar de Afghaanse provincie Uruzgan.

Vooral de mogelijkheid dat er dodelijke slachtoffers kunnen vallen onder de Nederlandse militairen is onvoldoende belicht.

Heel andere missie

"Ik zal niet zeggen dat de Tweede Kamer is misleid, maar er is een verkeerde voorstelling van zaken gegeven", aldus oud-minister Jan Pronk (PvdA). Minister van Staat Hans van Mierlo (D66) vindt dat er sprake is van een heel andere missie dan men voor ogen had.

Frank de Grave (VVD) vindt het "tamelijk ongekend" dat het er nu uitziet "alsof de samenleving nu rijp wordt gemaakt voor lijkzakken".

Van Mierlo: "De taal die nu wordt gebruikt, is heel anders dan in het begin. Van een militair team dat zou gaan opbouwen en ook een defensieve capaciteit had, is dat laatste gaan domineren. Door een verkeerde inschatting van de situatie en misschien door een gebrekkige communicatie, is er nu sprake van een heel andere missie dan men voor ogen had."

Draagvlak

De voormalige Chef-Defensiestaf Arie van der Vlis denkt dat er niet veel slachtoffers nodig zijn om het draagvlak van de operatie aan te tasten. "Ik verwacht dat er bij tien doden consequenties zijn. Dan heeft de bevolking het wel gehad."

Het ministerie van Defensie neemt de kritiek voor kennisgeving aan. Minister Henk Kamp liet via zijn woordvoerder weten het niet nodig te vinden te reageren.