DEN HAAG - De Inspectie Verkeer en Waterstaat maakt zich zorgen over het aantal treinreizigers dat gewond raakt door ongevallen op het spoor. "Er zijn vorig jaar gelukkig geen doden gevallen, maar de norm voor gewonden is niet gehaald en zal dit jaar waarschijnlijk ook niet gehaald worden", zegt onderzoeker Helmuth Götz van de Inspectie.

Uit het jaarbericht van de Inspectie, dat dinsdag verschijnt, blijkt dat 126 reizigers vorig jaar verwondingen opliepen door ongevallen op het spoor. Verreweg de meeste betrokkenen (119) raakten lichtgewond, zeven anderen stonden te boek als zwaargewond en verbleven minstens 24 uur in het ziekenhuis.

De Tweede Kamer is in 2003 toegezegd dat het aantal gewonde reizigers door treinongevallen in 2010 maximaal 51 per jaar mag bedragen. Dat zou een halvering inhouden. Zover is het echter nog lang niet. "Het gaat waarschijnlijk ook dit jaar niet goed komen", verwacht Götz. "Alleen het ongeval van vorige week in Maastricht was al goed voor veertig gewonden".

Ondanks de negatieve ongevallentrend wat betreft de gewonde reizigers vindt Götz dat er in het algemeen geen enkele reden is om te somberen over de veiligheid van het Nederlandse spoor. "In vergelijking met vooral de auto en de bus en in mindere mate met het vliegtuig, is de trein een zeer veilig vervoersmiddel. Doden onder reizigers vallen hoogst zelden door ongevallen met treinen. Dat is onder meer te danken aan de Nederlandse Spoorwegen, die de in- en uitstapprocedure hebben verbeterd. De trein vertrekt pas als alle deuren gesloten zijn, dat scheelt veel ellende".

Veiligheid

De onderzoeker erkent dat iedere gewonde en dode door ongevallen met treinen er één te veel is. "Normen zijn altijd arbitrair, het liefst wil je natuurlijk helemaal geen ongevallen. Maar 100 procent veiligheid is niet bereikbaar, je moet realistisch zijn. Het risico op ongevallen blijft altijd bestaan."

In de rapportage staan kritische punten maar ook positieve trends. Zo daalde het aantal dodelijke ongevallen op spoorwegovergangen voor het zevende jaar op rij. Het vijfjaarlijkse gemiddelde ligt nu op ongeveer 20 per jaar, tegen 35 in 1999.

"Destijds vond de politiek dat er iets moest gebeuren", aldus Götz. "De afgelopen jaren zijn veel knipperlichtovergangen voorzien van slagbomen of helemaal verwijderd, en dat heeft een zeer positief effect voor de veiligheid".

De Inspectie ziet weinig verandering als het gaat om het aantal zelfmoorden op en rond het spoor. Vorig jaar pleegden 184 mensen suïcide door voor een trein te springen, ongeveer evenveel als in voorgaande jaren.