BAGDAD - Door een bomaanslag op een drukke markt in een arme sjiïtische wijk van de Iraakse hoofdstad Bagdad zijn zaterdag naar schatting zestig doden en meer dan honderd gewonden gevallen.

Bekijk video: Modem/ Breedband

Het is volgens waarnemers de bloedigste aanslag in Irak in zeker vier weken tijd. De politie berichtte dat de aanslag met een autobom is gepleegd. Het bloedbad was in de wijk Sadr City ten noorden van het centrum van Bagdad.

De ontploffing veranderde de markt in een toneel van chaos en verwoesting. De doden en gewonden lagen tussen de wrakken van uitgebrande auto's, verwoeste winkels en marktstalletjes.

Het bloedvergieten is opgeëist door een voorheen onbekende soennitische groepering. De militanten wilden met de aanslag wraak nemen op de soennietische moslims die door sjiieten zijn vermoord. "Jullie zijn begonnen en hiermee beantwoorden we jullie aggressie", aldus een verklaring.

De wijk herbergt volgens schattingen tussen de twee en drie miljoen sjiïeten. Het ging in de jaren vijftig om arme plattelanders uit het zuiden die in Bagdad hun geluk wilden beproeven. De krottenwijk werd na een militaire staatsgreep door een sjiïtische generaal in 1958 gelegaliseerd als stadswijk en groeide uit tot een sjiïtische 'stad in een stad'.

De soennitische dictator Saddam Hussein voorzag de wijk van waterleiding, stroom, telefoonverbindingen en riolering. Hij noemde het naar zichzelf in de jaren tachtig. Maar uit angst voor de bewoners liet het regime er wachttorens rond plaatsen. Met de val van Saddam Hussein in 2003 kreeg de inmiddels kolossale sjiïtische wijk zijn huidige naam, Sadr City, naar een door Saddams regime vermoorde geestelijke, Mohammed Sadiq al-Sadr.