DEN HAAG - Het Joegoslavië-Tribunaal heeft de Bosnische moslim Naser Oric (39) vrijdag veroordeeld tot twee jaar cel. De rechters achtten bewezen dat de leider van de verdedigers van Srebrenica in 1992/93 niets heeft gedaan om nieuwe moorden en marteling van gevangen Serven te voorkomen.

Aangezien Oric al sinds 2003 in voorarrest zit, wordt hij vrijgelaten, zodra de nodige formaliteiten in de VN-gevangenis in Scheveningen zijn afgewikkeld. Oric stak na de uitspraak nog in de rechtszaal een sigaar op. Hoofdaanklaagster Carla Del Ponte is 'verbaasd' over de lage straf en overweegt in hoger beroep te gaan.

Geloofwaardigheid

De etnisch Servische premier van Bosnië-Herzegovina, Mladen Ivanic, noemde het belachelijk en een vonnis dat de geloofwaardigheid van het tribunaal ondermijnt.

Bewijs

De rechters achtten weliswaar bewezen dat gevangen Serviërs in de moslimenclave Srebrenica op een gruwelijke manier werden vermoord en gemarteld. Zij besloten echter tot een lage straf wegens tal van verzachtende omstandigheden, zoals de honger en chaos in het omsingelde Srebrenica en het feit dat lang niet iedereen het gezag van de toen pas 25-jarige ex-agent Oric als leider erkende.

Doodslag

Volgens de uitspraak werd in september 1992 de Serviër Dragutin Kukic door moslimbewakers doodgeslagen in het politiebureau van Srebenica. De moslims dumpten zijn lijk in een watertank. In de maanden daarop werden nog zeker vier andere Serviërs doodgeslagen in het politiebureau van Srebrenica en een gebouw in de buurt.

De VN-rechters, voorgezeten door de Maltees Carmel Agius, achtten eveneens bewezen dat een moslimbewaker, ene Kemo, enkele tanden van de Serf Nedeljko Radic uittrok met een roestige tang.

Daarna urineerde Kemo in de mond van Radic, zogenaamd om de wonden te ontsmetten, aldus de mondelinge samenvatting van de uitspraak.

Overvallen

Oric was eveneens aangeklaagd voor tientallen overvallen op omliggende Servische dorpen. Die zijn van Servische kant vaak genoemd als reden voor de aanval op en verovering van de moslimenclave Srebrenica op 11 juli 1995. Die leidde tot een volkenmoord op zeker 7000 moslimmannen en -jongens die het Nederlandse VN-bataljon Dutchbat niet kon voorkomen.

Honger

Voor de aanklacht 'plundering' was Oric al tijdens het proces voortijdig vrijgesproken, omdat de diefstal volgens de rechters was gerechtvaardigd door de honger in de enclave. Vrijdag werd ook vastgesteld dat een aantal gevallen van vernietiging van dorpen mogelijk kan worden verklaard door gevechtshandelingen. Toch blijven een aantal gevallen over waarbij volgens de rechters Servische dorpen op grote schaal zijn platgebrand of anderszins vernield, zonder dat daar enige militaire noodzaak voor was.

Controle

De rechters achtten echter niet bewezen dat Oric de effectieve controle had over de daders: andere militairen waarmee hij niet kon communiceren of zelfs grote meutes plunderende en brandstichtende burgers. Daarom is Oric vrijgesproken voor wat betreft de overvallen op de omliggende dorpen.

Tegenspraak

Journalisten hebben in de omliggende dorpen, naast plundering en vernieling, ook tal van brute moorden op Servische vrouwen en bejaarden gedocumenteerd. Het tribunaal werd in 2003 bekritiseerd omdat die niet in de tenlastelegging zijn opgenomen. Del Ponte's toenmalige plaatsvervanger, Graham Blewitt, toonde zich in een vraaggesprek met het ANP overtuigd dat de VN-aanklagers ondanks de beperkte tenlastelegging een veroordeling tot een "gepaste straf" zouden bereiken. Het vonnis is daar echter mee in tegenspraak.