DEN HAAG - Minister Johan Remkes (Binnenlandse Zaken) gaat in hoger beroep tegen de uitspraak die de rechtbank in Den Haag woensdag deed over de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD). De rechter beval de inlichtingendienst te stoppen met het volgen en afluisteren van twee Telegraaf-journalisten, als dit het geval was.

De Telegraaf won daarmee het kort geding dat de krant samen met de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) en het Genootschap van Hoofdredacteuren had aangespannen tegen de Staat. Remkes vindt de uitspraak "zeer onaangenaam", zo zei hij in een reactie op het vonnis. Hij maakt zich namelijk zorgen over het functioneren van de AIVD. Volgens hem raakt de uitspraak aan de fundamenten van een goed optreden van de dienst.

"Deze uitspraak kan verstrekkende gevolgen hebben voor de taakuitvoering en werkwijze van de AIVD", gaf Remkes aan. "De AIVD kan alleen functioneren wanneer operationele informatie, informatie over operaties, agenten en menselijke bronnen nimmer naar buiten komt. De wet verbiedt mij dergelijke gegevens naar buiten te brengen, maar dat uitgangspunt werkt voor de rechter dus tegen mij."

De rechtbank heeft namelijk bepaald dat er geen reden was om aan te nemen dat de beide journalisten een grotere rol hebben gespeeld dan die van "doorgeefluik". Daarom had de AIVD het gebruik van bijzondere bevoegdheden zoals afluisteren en observeren niet tegen de journalisten mogen inzetten. De inlichtingendienst heeft tijdens de rechtszaak zelf verder niet voldoende rechtvaardiging voor zijn acties tegen De Haas en Mos gegeven, vindt de rechter.

Woensdag

De minister gaat er voorlopig van uit dat de uitspraak van woensdag in hoger beroep weer van tafel wordt geveegd. Naast het instellen van deze procedure vraagt Remkes ook een oordeel van de commissie die toezicht houdt op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Deze commissie mag volgens hem wel over alle informatie beschikken en kan dus een feitelijk oordeel geven of de AIVD over de schreef is gegaan. De minister zal de bevindingen van de commissie aan de Tweede Kamer rapporteren.

Remkes meent verder dat de rechter niet feitelijk heeft kunnen vaststellen of er in deze zaak is afgeluisterd. "De rechter veronderstelt dat er is afgeluisterd", zei hij. De rechter oordeelde echter dat de journalisten op basis van informatie uit ambtsberichten van de AIVD wel voldoende aannemelijk hebben gemaakt dat ze zijn gevolgd en afgeluisterd.