DEN HAAG - Rond 10.00 uur maandagmorgen begint de parlementaire enquêtecommissie met zijn eerste serie verhoren naar de gebeurtenissen rond de uitzending van Dutchbat, een bataljon Nederlandse militairen van de luchtmobiele brigade dat op verzoek van de Verenigde Naties moest proberen de Bosnische moslim enclave Srebrenica te vrijwaren van Bosnisch-Servisch geweld.

De operatie bleek een 'mission impossible' die uiteindelijk uitmondde in de dood van naar schatting 7500 moslims, voor het merendeel mannen, direct na de val van de enclave medio juli 1995.

Het heeft lang geduurd voordat de Tweede Kamer de stap naar een enquête wilde zetten. Vooral de VVD bleek aanvankelijk tegenstander van dit instrument van waarheidsvinding. In 1998 slaagde het Tweede-Kamerlid Blaauw erin het gevaar van een enquête te bezweren door een werkgroep te laten instellen die advies moest uitbrengen over de te volgen gedragslijn van de Kamer. Eind december adviseerde de werkgroep een tijdelijke commissie in te stellen die de politieke besluitvorming rond Nederlandse deelname aan vredesoperaties moest analyseren.

NIOD

De commissie, onder leiding van de huidige enquête-voorzitter Bert Bakker, ging in april van start, nadat een poging van het CDA om alsnog direct een parlementaire enquête naar Srebrenica in te stellen was mislukt. De Kamer vond in meerderheid dat de vraag of er een enquête moest komen, pas beantwoord kon worden nadat het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) zijn eigen onderzoek naar Srebrenica had afgerond.

Het NIOD dat in 1996 van het kabinet Kok de opdracht kreeg een historisch onderzoek te doen naar de gebeurtenissen rond de val van de moslimenclave, bracht na enkele vertragingen, in april 2002 zijn eindrapport uit. Het onderzoek leidde tot de val van paars-2, maar ook tot het besluit om het trauma dat het Srebrenicadrama in de Nederlandse samenleving had veroorzaakt, politiek af te ronden met een onderzoek onder ede naar de verantwoordelijkheden van de Nederlandse politiek voor deze tragedie.

Derde keer

De wens van de Tweede Kamer zal er toe leiden dat sommige getuigen voor de derde keer worden opgeroepen om hun verhaal te doen; eerst voor de commissie tijdelijke uitzendingen in 1999/2000, voor het NIOD en nu dus voor de enquêtecommissie Srebrenica. Zelfs kan het zijn dat er mensen tussen zitten die daarnaast nog hebben getuigd voor het Joegoslavië-tribunaal.

Het grote verschil met de voorgaande verklaringen is dat de getuigen dit keer onder ede staan. Directeur J. Blom van het NIOD heeft dat overigens nooit als een voordeel ervaren. Het verhoren van mensen onder ede in de openbaarheid leidt niet automatisch tot meer waarheid, stelde hij.

Negen verhoordagen

Bakker wil in de komende drie weken tijdens negen verhoordagen getuigen laten verschijnen. Voor de eerste dag heeft de commissie gekozen voor vier officieren van Dutchbat III, die de val van de enclave hebben meegemaakt. De rest van de week is gevuld met meer politiek getinte verhoren. De namen van de getuigen die in de tweede en derde week worden verhoord, wil Bakker nog niet vrijgeven.

Voornaamste motief is de getuigen zo lang mogelijk tegen het geweld van de media en wellicht van hun eigen omgeving te beschermen. Maar de voorzitter liet ook doorschemeren dat hij nog niet het ja-woord heeft van alle buitenlandse getuigen die hij wil horen.