TARIN KOWT - Als ware hij zijn Amerikaanse collega Donald Rumsfeld, bracht minister Henk Kamp van Defensie de afgelopen dagen een geheimgehouden verrassingsbezoek aan de Nederlandse militairen in Afghanistan. Na Kabul en Kandahar bezocht hij het kamp in Tarin Kowt in de provincie Uruzgan. Daar bereiden een kleine vierhonderd militairen de komst voor van de hoofdmacht van 1400 mannen en vrouwen die vanaf 1 augustus operationeel zal zijn.

Wegens de recente onrust in Uruzgan en de overige zuidelijke provincies van Afghanistan mocht het bezoek van Kamp vantevoren niet bekend worden. Talibanstrijders zouden vanuit Nederland getipt kunnen worden over de komst van de minister. Pas na het vertrek per Hercules-transportvliegtuig uit Tarin Kowt, woensdagochtend, mocht dit verhaal gepubliceerd worden.

Voor Kamp was het de eerste keer in Tarin Kowt. Of de operatie in Uruzgan, volgens de VVD-minister de moeilijkste sinds Korea 1953, een succes wordt, valt nog met geen mogelijkheid te voorspellen. De veiligheid in het gebied is dit voorjaar ernstig verslechterd met een taliban die steeds georganiseerder opereert, zelfmoordaanslagen en gefabriceerde wegbommen die soms met een tijdklok of een mobiele telefoon tot ontploffing worden gebracht.

Taliban

"Het succes van de missie kan per vallei verschillen", meent generaal-majoor Jouke Eikelboom, directeur operaties bij Defensie. Zo bleek de afgelopen weken al dat er op sommige dagen door Nederlandse commando's urenlang hevig werd gevochten met de taliban, terwijl een stuk verderop gouverneur Munib van Uruzgan een nieuw gebouwde brug opende.

Ook Kamp beseft dat het succes van de Task Force Uruzgan niet alleen in handen ligt van de Nederlandse militairen, al mag het in de voorbereiding in elk geval niet misgaan. "Wat doen we toch hier in Uruzgan", vroeg Kamp de manschappen op Tarin Kowt dinsdag, vlak voor hij een aantal van hen een NAVO-medaille uitreikte.

Wegenwacht

Kamp: "Die vraag kun je ook aan de wegenwacht stellen als hij op de snelweg aan het werk is. Of aan een politieagent in een drukke wijk. Nederland heeft geen oliebelangen in Afghanistan en we willen van de moslims ook geen christenen maken. We zijn hier om er voor te zorgen dat Afghanistan uit de klauwen van de terroristen blijft. Om het volk in dit straatarme, verscheurde en gevaarlijke land een menswaardig bestaan te geven."

Volgens generaal-majoor Eikelboom hangt het succes van de missie-Uruzgan voor een aanzienlijk deel af van het respect dat de Nederlanders tonen voor de Afghaanse cultuur en voor de islam. "We zitten wel in hun land, vergeet dat niet. Dat dat bij de Amerikanen niet altijd 100 procent was, is een realiteit."

Wederopbouw

Die Amerikanen hebben in Uruzgan ook aan kleinschalige wederopbouwprojecten gedaan, maar zijn nu bezig met de grootschalige terroristenjacht Mountain Thrust. Daarbij wordt getracht om nog voor de overdracht van het gebied aan de NAVO-macht ISAF de zuidelijke provincies van Afghanistan schoon te vegen van talibanstrijders en andere "militante oppositionele krachten".

Doden

Ook Nederlandse commando's raakten de afgelopen weken betrokken bij gevechten waarbij mogelijk "enige tientallen" doden vielen bij de tegenstanders, zei kolonel Henk Morsink, commandant van de Nederlandse opbouweenheid onlangs.

Verzet

Eikelboom weet dat het aantal talibanstrijders in Uruzgan hoger ligt dan de driehonderd waar het kabinet een halfjaar geleden nog mee rekende, maar schat in dat hun aantal nog steeds onder de duizend ligt. Volgens Kamp betekent het opgelaaide verzet niet dat 'Uruzgan' een vecht- of oorlogsmissie wordt. "In de drie jaar dat ik minister ben, heb ik het woord vechtmissie nooit in de mond genomen. Ik praat altijd over crisisbeheersingsoperaties: opbouwen van het land waar mogelijk, vechten waar nodig."

Kamp houdt er "ernstig rekening mee" dat er de komende twee jaar in Uruzgan Nederlandse militairen zullen omkomen. "Maar waar heb je een professionele krijgsmacht met goede spullen voor als je hem niet zou inzetten?" De dreiging van Nederlandse slachtoffers geeft voor de verantwoordelijk minister psychisch "geen bijzondere belasting". "We doen er alles aan om de risico's te beperken en we hopen dat iedereen veilig terugkomt."

Kamp zou overigens in een volgend kabinet "graag" nog een termijn willen terugkomen op Defensie. "Dit is mooi werk in een mooie organisatie, die belangrijk werk doet." In Uruzgan werd Kamp dinsdag geconfronteerd met problemen in de logistieke aanvoerlijnen van schepen, vrachtwagens en honderden containers. Ook werden hem klachten voorgehouden van een aantal militairen op het nog enigszins primitieve kamp in Tarin Kowt. Dat de post een maand vertraagd was, leidde tot het grootste ongenoegen onder de 370 militairen in Kamp Holland.

Overste Joland Dubbeldam, commandant van de genisten op Tarin Kowt, had meer voor de minister, verzameld na een kleine enquête onder de manschappen: chips zijn te duur in de bar, bellen naar Nederland is met 30 cent per minuut prijzig en de mannen en vrouwen lopen nog steeds in de warme groene pakken ("de conifeer") van de landmacht, omdat de beloofde koelere 'desertpakken' maar niet arriveren. Dubbeldam gaf later aan opgelucht te zijn dat de klachten bij klein leed waren gebleven, maar vroeg namens zijn manschappen Kamp toch of die er iets aan zou kunnen doen.

De minister gaf daarop weinig hoop. "De mensen zijn grotendeels tevreden. Er zijn wat irritaties die ik zal doornemen met de top van de krijgsmacht, maar ik ga hier niet rechtstreeks in interveniëren." Positief waren de militairen over het feit dat ze het wereldkampioenschap voetbal op een groot scherm kunnen volgen en dat de leefomstandigheden op Kamp Holland ondanks hitte en stof toch nog wel meevallen: er is een tent om in te slapen, er zijn douches die werken en er zijn toiletten, hoorde Dubbeldam.

En met de veiligheid op het kamp (omringd door een tankgracht, rollen prikkeldraad en een paar meter hoge wand van met zand gevulde stalen zakken) zit het ook wel goed. Een aanval op de basis is volgens de 'intelligence' niet waarschijnlijk. Bovendien zitten de slaap-, eet- en werkvertrekken binnenkort allemaal in stalen containers, met bovenop het stalen dak nog een laag zand van een meter. "We kunnen een inslag van een mortier of raket hebben", aldus kolonel Morsink.

Kamp toonde zich tijdens zijn bezoek vooral enthousiast over de "interactie met de lokale Afghaanse bevolking". Zo is er met Nederlandse opdrachten een beton- en grintfabriek opgezet, waar inmiddels honderd Afghanen werken. "De mensen hier zijn bezorgd dat wij zouden vertrekken en de taliban weer terugkomen. Er is nu al veel wisselwerking tussen onze militairen en de lokale Afghanen. De mensen bij de betonfabriek wilden weten wanneer in Nederland de beelden van mijn bezoek worden uitgezonden. Via de satelliet kijken ze Nederlandse televisie."