BAGDAD - De openbaar aanklager in het proces tegen de Iraakse ex-president Saddam Hussein heeft maandag zoals verwacht de doodstraf geëist tegen de hoofdverdachte. Tegen twee van de zeven medeverdachten, halfbroer Barzan Ibrahim al-Tikriti en ex-vice-president Taha Yassin Ramadan, werd dezelfde straf geëist.

Bekijk video: Modem/ Breedband

De aanklager stelde dat Saddam en zijn getrouwen de poging tot aanslag op het presidentiëel konvooi in Dujail in 1982 hadden gebruikt als voorwendsel voor een bloedige actie tegen de sjiitische inwoners van het stadje. Sommige inwoners van de stad zouden zijn doodgemarteld en anderen zouden zijn terechtgesteld.

Volgens de aanklager heeft Saddam, die glimlachte toen hij de eis hoorde, persoonlijk opdracht gegeven voor het bloedbad in Dujail, die 148 inwoners het leven kostte. Momenteel wordt nog een proces tegen Saddam en andere voormalige regime-functionarissen voorbereid wegens aanvallen op de Koerdische gebieden in het noorden van het land.

De aanklager riep maandag de rechter op een "gepaste straf" op te leggen aan Awad Ahmed al-Bander, een voormalige toprechter onder het regime van Saddam Hussein. Drie van de vier verdachte ex-functionarissen van de Saddams Baath-partij mogen wat de aanklager betreft ook een straf krijgen die de rechtbank gepast acht. De vierde verdachte Baath-functionaris kan worden vrijgelaten. De aanklachten tegen hem zijn ingetrokken.

Het proces, dat al acht maanden duurt, gaat op 10 juli verder. Dan zal de verdediging slotpleidooien houden.