COLOMBO - Zeker 64 Srilankaanse burgers zijn donderdag om het leven gekomen toen de stampvolle bus waarin ze zaten op twee landmijnen reed. Volgens media op het Aziatische eiland vielen er zeker tachtig gewonden. De regering in Colombo houdt de rebellen van de Tamil Tijgers (LTTE) verantwoordelijk voor het bloedbad, het ernstigste sinds beide partijen in 2002 een bestand overeen kwamen.

De LTTE ontkent elke verantwoordelijkheid. In een voor de Tamil Tijgers zeer ongebruikelijke verklaring zegt de rebellengroep dat "paramilitaire elementen" verantwoordelijk waren. Die zouden pogen het uiterst moeizame vredesproces definitief te laten ontsporen. De LTTE, die na aanslagen nooit verklaringen verspreidt, zegt de geweldsdaad sterk te veroordelen, aldus de website Tamilnet, de spreekbuis van de LTTE.

Onder de slachtoffers waren volgens een militaire zegsman kinderen, vrouwen en geestelijken. Het incident deed zich voor in het noordelijke district Anuradhapura. Volgens lokale autoriteiten heeft de LTTE mogelijk een burgerbus aangezien voor een militaire bus.

Tamil Tijgers

De regering reageerde binnen enkele uren met aanvallen op posities van de Tamil Tijgers in het noorden van het eiland. De rebellen, die streven naar een eigen staat voor de Tamil-minderheidheid, hebben in het noorden flinke stukken onder controle. Over eventuele doden door de aanvallen is niet bekend.

De afgelopen maanden is het geweld tussen de Tamil Tijgers en de regeringstroepen opgelaaid. Sinds begin april zijn zeker vijfhonderd mensen omgekomen. De LTTE strijdt overigens ook een tegen een gewapende afvalllige factie, die volgens de groepering actieve steun krijgt van het Srilankaanse regeringsleger.

Besprekingen

De leiders van de LTTE kwamen woensdag terug naar Sri Lanka, nadat besprekingen met de Srilankaanse regering in Noorwegen waren afgebroken. De rebellen weigerden te spreken met de Srilankaanse delegatie. De twee partijen beschuldigen elkaar over en weer van schendingen van het bestand en het opvoeren van het aantal aanslagen.

Bijna 70.000 mensen zijn op Sri Lanka om het leven gekomen sinds de separatisten ruim twintig jaar geleden aan hun bloedige strijd begonnen. De economie en de voor het eiland zeer belangrijke toeristensector hebben zwaar te lijden onder het voortdurende conflict. Sinds het bestand in 2002 was de situatie aanmerkelijk verbeterd, maar intussen glijdt het land steeds verder af in de richting van een hervatting van de burgeroorlog.