DEN HAAG - Rassendiscriminatie is in Nederland een omvangrijk, maar vrijwel onzichtbaar probleem. Honderdduizenden allochtonen en ook autochtonen hebben er vermoedelijk mee te maken. Maar slechts een klein deel van hen meldt dit bij een instantie.

Jaarlijks zijn er enkele duizenden gewelddadige racistische incidenten. Dat blijkt uit een onderzoek in opdracht van het ministerie van Justitie onder bijna 1700 allochtone en autochtone Nederlanders. De resultaten staan in de Monitor Rassendiscriminatie 2005, die woensdag in Den Haag aan minister Rita Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratie) is aangeboden. Het is voor het eerst dat er zo'n grootschalig onderzoek is gedaan naar de aard en omvang van rassendiscriminatie in ons land.

Verdonk roept ieder slachtoffer van rassendiscriminatie op aangifte te doen. Hoe meer mensen dat doen, hoe beter de overheid zicht krijgt op de omvang van het probleem en hoe beter ze dan tot oplossingen kan komen.

Verdonk ziet een belangrijke rol weggelegd voor antidiscriminatiebureaus. Die kunnen slachtoffers van rassendiscriminatie als eerste opvangen en hen vervolgens doorgeleiden naar de politie. De minister wil het netwerk van antidiscriminatiebureaus versterken, maar ze wilde nog niet zeggen hoe ze een en ander anders gaat organiseren.

Het kabinet heeft volgens Verdonk al veel gedaan om discriminatie tegen te gaan. Maar ze erkende dat er op de arbeidsmarkt nog veel actie nodig is om te voorkomen dat werkgevers discrimineren op grond van iemands achternaam. "De houding moet veranderen", zei de VVD-bewindsvrouw. Het kabinet doet volgens haar steeds weer een beroep op ondernemers om te selecteren op kwaliteiten en niet op achternaam. In anoniem solliciteren gelooft Verdonk niet.

Marokkanen

Iets meer dan de helft van de Marokkanen en bijna de helft van de Turken zegt er het afgelopen jaar een keer of vaker mee te zijn geconfronteerd. Ook Surinamers (40 procent) en Antillianen (37 procent) hebben er veel mee te maken. Ongeveer 2 procent van de autochtonen zegt op een discriminerende manier te zijn bejegend door allochtonen.

De onderzoekers constateren voorzichtig dat mogelijk 400.000 tot 475.000 allochtonen en 100.000 tot 300.000 autochtonen het afgelopen jaar in het dagelijks leven te maken hebben gehad met discriminatie op grond van hun land van herkomst, geloof of huidskleur. Dat gebeurde op straat, in de bus of de disco, maar vooral op de arbeidsmarkt en in het onderwijs. Rassendiscriminatie vormt zo een belemmering voor allochtonen om te integreren en volwaardig deel te nemen aan de samenleving.

Ongeveer driekwart van de slachtoffers van rassendiscriminatie heeft daarover nooit aangeklopt bij een instantie, zoals een meldpunt discriminatie, of de politie. Gemiddeld minder dan 10 procent heeft wel alle incidenten gemeld. De meeste mensen melden discriminatie niet, omdat ze denken dat dat toch niet helpt. Ook willen velen er gewoon geen aandacht aan besteden.

Vernedering

Rassendiscriminatie is volgens de onderzoekers een zeer vernederende ervaring die ertoe kan leiden dat iemand zich isoleert van de samenleving. Dat kan weer leiden tot "versterkte segregatie tussen bevolkingsgroepen met alle sociale en politieke risico's van dien". Autochtonen zijn in de afgelopen jaren negatiever gaan denken over allochtonen, vooral over moslims. Beide bevolkingsgroepen zijn ook pessimistisch over de toekomst. Ruim 40 procent verwacht dat rassendiscriminatie in de komende jaren zal toenemen.

Negatieve beeldvorming en discriminatie kunnen elkaar volgens de onderzoekers versterken. Zo zegt een kwart van de werkgevers op basis van dergelijke negatieve beeldvorming bij voorkeur geen of helemaal geen allochtonen aan te willen nemen.

'Schokkend'

Het onderzoek is verricht door medewerkers van de Anne Frank Stichting, het Landelijk Bureau ter bestrijding van Rassendiscriminatie (LBR), de Landelijke Vereniging van Anti Discriminatie Bureaus en Meldpunten, de Universiteit Leiden, de Vrije Universiteit Amsterdam en de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht. Igor Boog van de LBR noemt de cijfers over de omvang van rassendiscriminatie "redelijk schokkend". Volgens hem kan rassendiscriminatie mede de oorzaak zijn van interetnische spanningen, geweld, segregatie en achterstand van bepaalde groepen.

In de Verenigde Staten is het strafbaar als een werkgever een allochtoon niet aanneemt omdat hij vindt dat betrokkene tot een groep behoort die een slechte reputatie heeft. Op de vraag of deze 'statistische discriminatie' ook in Nederland strafbaar moet worden gesteld, komt het kabinet terug in zijn uitgebreide reactie op de monitor rassendiscriminatie, aldus Verdonk.

Wat haar betreft, wordt het onderzoek naar rassendiscriminatie regelmatig herhaald. De minister hoopt dat de volgende keer dan ook duidelijk wordt wat de achtergrond is van mensen die discrimineren, hoeveel mensen zich daar eigenlijk schuldig aan maken en hoe allochtonen over autochtonen denken.