DEN HAAG - Niet alleen migranten moeten de Nederlandse taal kunnen beheersen maar ook geboren Nederlanders. Als die verplichting geldt voor alle ingezetenen die een uitkering ontvangen en arbeidsplichtig zijn, zou er geen sprake zijn van discriminatie bij de nieuwe inburgeringswet.

Tweede Kamerlid Jeroen Dijsselbloem van de PvdA stelde dit maandag voor tijdens het wetgevingsoverleg over de nieuwe inburgeringswet. Dijsselbloem wees op de waarschuwingen van de Raad van State, de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken en de Commissie Gelijke Behandeling.

Discriminatie

Zij hebben erop gewezen dat het wetsvoorstel van minister Rita Verdonk (Integratie) zou kunnen leiden tot ongelijke behandeling tussen verschillende categorieën Nederlanders. Dat kan langdurige rechtszaken tot gevolg hebben over discriminatie. Dit probleem kan volgens Dijsselbloem vermeden worden als geen onderscheid wordt gemaakt naar geboren Nederlander, genaturaliseerde Nederlander, Nederlanderschap door optie, EU-burger of vreemdeling.

Het is niet duidelijk of de PvdA hiermee een Kamermeerderheid verwerft. Het CDA is er juist altijd fel op tegen dat ook autochtone Nederlanders onder de nieuwe wet zouden kunnen vallen. Verdonk paste daarop de formulering eerder al aan. Maar ook het CDA en de VVD zijn niet gerust op dit risico dat Verdonk neemt met haar oplossing. D66 is niet negatief, als dit de oplossing is om discriminatie te voorkomen, zal de kleinste regeringspartij de PvdA steunen, aldus Ursie Lambrechts (D66). Het is nog niet duidelijk of de LPF zich aansluit bij het voorstel.

Verdonk

Minister Verdonk blijft erbij dat de nieuwe inburgeringswet die zij wil invoeren, juridisch houdbaar is. De bewindsvrouw zei maandag tijdens het overleg met de Tweede Kamer dat het wetsvoorstel niet in strijd te zijn met het gelijkheidsbeginsel als ongelijke gevallen ongelijk behandeld worden. Volgens haar mag vanwege een groot maatschappelijk belang onderscheid gemaakt worden tussen genaturaliseerde Nederlanders en Nederlanders. Inburgering is zo'n urgentie.

Toch kan Verdonk niet voor 100 procent de verzekering geven dat de wet niet strandt voor de rechter. "De rechter heeft altijd het laatste woord", aldus de minister. Als die negatief zou oordelen over de inburgeringsplicht van een bepaalde persoon of categorie, hoeft dat volgens haar echter niet te betekenen dat de hele wet onderuit gaat. "Voor de anderen geldt die plicht dan nog wel", zei Verdonk.

Ze benadrukte dat het wetsvoorstel zorgvuldig is opgesteld en integer is. Haar ambtenaren hebben tal van juridische onderzoeken en adviezen gewogen. Kern van het voorstel is dat zowel nieuwkomers als oudkomers verplicht een inburgeringsexamen doen. Slagen zij daar niet binnen vijf jaar voor, dan riskeren zij een boete of krijgen geen definitieve verblijfsvergunning. Naar schatting worden meer dan een half miljoen mensen inburgeringsplichtig.

Dat genaturaliseerden ook onder de wet vallen, is voor Verdonk van groot belang omdat het bijna 260.000 mensen betreft. Het gaat overigens alleen om de drie groepen genaturaliseerden die geen werk hebben, verzorgende ouder zijn of als geestelijk bedienaar werken. Het gaat bovendien om mensen die geen naturalisatietoets hebben afgelegd. Die is pas sinds enkele jaren verplicht.