RAMALLAH - De Palestijnse president Mahmoud Abbas heeft zaterdag laten aankondigen dat het omstreden referendum over de impliciete erkenning van Israël is vastgesteld op 26 juli.

Daarmee zet hij opnieuw een stap in zijn machtsstrijd tegen de door Hamas geleide regering. Een woordvoerder van de Hamas-fractie in het Palestijnse parlement veroordeelde het decreet van Abbas als "een poging tot staatsgreep tegen de regering". Mushir al-Masri wees op de "gevaarlijke consequenties die hieruit kunnen voortvloeien".

Abbas tekende vrijdag een decreet waarmee het referendum over de impliciete erkenning van Israël op 31 juli werd vastgesteld. Het document waarover Abbas de Palestijnen wil laten stemmen, roept op tot een regering van nationale eenheid, een eind aan de aanslagen in Israël en de stichting van een Palestijnse staat in het gebied dat in 1967 door Israël werd veroverd, met Oost-Jeruzalem als hoofdstad.

Hamas

De radicale regeringspartij Hamas, die officieel de vernietiging van de staat Israël nastreeft, is tegen het referendum. Premier Ismail Haniyah deed vrijdag nog een laatste oproep aan Abbas af te zien van de volksraadpleging. Hij dreigde met een "historische splitsing" als die doorgaat. Uit peilingen blijkt dat een meerderheid van de Palestijnen het referendum steunt.

Bevoegdheid

De premier zei dat het referendum geen "juridische en wettelijke basis heeft". Volksvertegenwoordigers van Hamas riepen vrijdag het parlement op in een spoedzitting bijeen te komen om te bekijken of Abbas wel de bevoegdheid heeft om een referendum uit te schrijven. Volgens medewerkers van Abbas heeft het staatshoofd die autoriteit wel degelijk.

De verdeeldheid tussen beide leiders markeert een steeds fellere stammenstrijd tussen de radicale Hamas-beweging van Haniyah, die het Palestijnse bestuur domineert, en de gematigder Fatah-beweging van Abbas, de voormalige dominante macht in de Palestijnse gebieden.