UTRECHT - De waarde van het diploma in het voortgezet onderwijs staat op de tocht. Dat komt doordat de schoolexamens op lang niet alle scholen even zwaar zijn. Bovendien komen de scores op deze door de school zelf opgezette toetsen steeds hoger te liggen dan de cijfers bij het centraal eindexamen.

Bekijk video: Modem/ Breedband

"Wij moeten dus concluderen dat de intrinsieke waarde van het diploma steeds verder achteruit is gegaan", concluderen sociologen Marloes de Lange en Jaap Dronkers in een onderzoek dat ze uitvoerden op verzoek van de Algemene Onderwijsbond (AOb). De bond schrijft erover in het nummer van hun orgaan Het Onderwijsblad dat vrijdag verschijnt.

Het cijfer op het diploma wordt bepaald door twee toetsen: het schoolexamen en het centraal examen, dat voor alle leerlingen gelijk is. Aan de hand van gegevens van de Inspectie van het Onderwijs stelden de onderzoekers vast dat tussen 1998 en 2005 op vwo, havo en mavo (het hoogste niveau van het huidige vmbo) de cijfers voor de door de school zelf opgestelde examens steeds hoger lagen dan die op het landelijk vastgestelde centraal examen.

Ze stelden ook vast dat dit verschil steeds groter wordt. Dat zou komen door de gemakkelijker praktische opdrachten, maar ook omdat leerlingen deze toetsen zo vaak over kunnen doen dat ze uiteindelijk toch een voldoende halen. Maar het heeft er ook mee te maken dat de ene school veel soepeler is dan de andere.

Scores

Dronkers en De Lange vonden uit dat het een redelijk vaste groep scholen is waarbij de scores tussen schoolexamen en centraal examen nogal uiteenlopen. Dit wijst op een verschil in cijfercultuur. Daarbij zitten opvallend veel zwarte scholen, vrije scholen en particuliere scholen.

Compenseren

Op de mavo is de discrepantie het kleinst, op het vwo het grootst. Op deze schoolsoort zijn de verschillen zo groot dat een goede score op de schoolexamens het slechte cijfer van een eindexamen kan compenseren, zodat de leerling alsnog een diploma in de wacht sleept.

De onderzoekers wijzen met de beschuldigende vinger naar de onderwijsinspectie die zou moeten ingrijpen bij scholen met te gemakkelijke schoolonderzoeken. Maar in het Onderwijsblad wijst hoofdinspecteur Leon Henkens de kritiek van de hand. Op basis van dezelfde cijfers ziet hij het verschil tussen schoolexamen en centraal examen niet groeien. Verder ziet Henkens geen vaste groep scholen die hogere cijfers geeft.

De hoofdinspecteur wijst op een protocol voor het maken en beoordelen van schoolexamens dat het ministerie van Onderwijs en de schoolmanagers aan het opstellen zijn. Hij kondigt aan dat de inspectie nog systematischer gaat controleren op scholen waar de verschillen tussen de beide examenvormen te groot zijn.