JAKARTA/DILI - Twee Indonesische militairen zijn in Oost-Timor aangeklaagd wegens 21 moorden ten tijde van het referendum over de onafhankelijkheid, waaronder de moord op de Nederlandse journalist Sander Thoenes. Indonesië heeft steeds geweigerd een rechtszaak te beginnen.

De Verenigde Naties, die Oost-Timor tot de onafhankelijkheid in mei van dit jaar hebben bestuurd en die de jonge democratie nog steeds terzijde staan, deelden mee dat de Oost-Timorese justitie Indonesië om aanhouding van de twee zullen vragen.

Geen medewerking

De verdachten - van wie de VN de namen niet noemde - verblijven vrijwel zeker in Indonesië. Een woordvoerder van de Indonesische procureur-generaal wilde donderdag weinig kwijt over de zaak, alleen dat Indonesië vrijwel zeker niet zal meewerken aan uitlevering van de twee aan Oost-Timor. Hij zei dat het eigen Indonesische onderzoek naar de moord op Thoenes was opgeschort wegens gebrek aan menskracht. Eerder zei de procureur-generaal dat er niet voldoende bewijs tegen de twee was.

De aangeklaagden zijn de commandant van het Indonesische bataljon 745 en een pelotonscommandant. Zij worden verdacht van zeventien gevallen van schending van de mensenrechten en van moord op 21 burgers in september 1999.

Vrij Nederland

Sander Thoenes was correspondent in Indonesië voor het Britse dagblad Financial Times en het Nederlandse weekblad Vrij Nederland. Hij deed op Oost-Timor verslag van het geweld dat pro-Indonesische milities pleegden in reactie op de uitslag van het referendum.

De Nederlandse rechercheur Gerrit Thiry heeft samen met de Verenigde Naties onderzoek verricht naar de moord op Thoenes. Thiry wees op grond van videobeelden en ander bewijsmateriaal ook de twee leden van bataljon 745 aan als hoofdverdachten van de moord. Maar de Indonesische procureur-generaal heeft tot dusver geweigerd de zaak voor het Oost-Timor tribunaal te brengen.

Thiry presenteerde zijn bewijsmateriaal in juli aan de Indonesische procureur-generaal. Hij zei toen dat "als dit Nederland zou zijn, de twee verdachten dan al lang aangehouden en verhoord zouden zijn. Daar durf ik mijn hand voor in vuur te steken." Ruim een maand later zei de Nederlandse ambassadeur in Indonesië, baron Schelto van Heemstra, niet meer in een rechtszaak tegen de verdachten te geloven.