DEN HAAG - Nederland wordt steeds meer een sportland. Meer mensen gaan sporten, maar ze doen dat minder bij een vereniging. Door het topsportbeleid leverde Nederland steeds meer topprestaties. De overheid stak ook meer geld in sport en de werkgelegenheid in deze sector groeide.

Dat staat in de Rapportage Sport 2006 die woensdag is aangeboden aan staatssecretaris Ross (Sport). De tweejaarlijkse rapportage is opgesteld door onder meer het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Deed in 2000 nog 60 procent van de volwassen Nederlanders minstens eenmaal per maand aan sport, vorig jaar was dat 64 procent. Het aantal mensen dat voldoet aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen (minstens vijf dagen per week matig intensief bewegen) steeg nog sterker: van 44 procent in 2002 tot de helft twee jaar later. Het aantal blessures is met 1,5 miljoen per jaar redelijk stabiel. De kosten van deze kwetsuren wegen op tegen de opbrengsten van een gezonde en sportieve manier van leven.

Vereniging

Nederlanders sporten minder in verenigingsverband. In de jaren negentig daalde het aantal leden van sportverenigingen onder sporters van 60 tot 53 procent. De populairste sporten zijn dan ook disciplines die mensen in hun eentje kunnen doen, zoals zwemmen, fitness, fietsen en hardlopen. Voetbal blijft de populairste teamsport.

In de lift zitten hockey, golf en atletiek (hardlopen). Dat is ook af te lezen aan de grootte van sportbonden, waar de golffederatie en de hockeybond veel nieuwe leden mochten bijschrijven. Op de ranglijst van bonden staan ze respectievelijk vier en vijf. Door fusies nam het aantal sportclubs de laatste jaren af, maar de sport blijft de sector met de meeste verenigingen.

Ruimte om te sporten is vooral in de Randstad beperkt, in de vier grote steden is er zelfs minder plaats voor sportbeoefening gekomen. Dit komt deels omdat voorzieningen verhuizen naar randgemeenten. Alleen fitnesscentra zijn oververtegenwoordigd in de grote steden.

Topsporters

De afgelopen vijftien jaar zijn de Nederlandse topsporters steeds beter gaan presteren, al zit er de laatste jaren niet echt progressie meer in. In de internationale sportwereld staat Nederland tussen de achtste of de achttiende plaats, afhankelijk van de maatstaven die worden aangelegd.

Een plaats in de top tien is het doel, maar het is nog maar de vraag of het gevoerde topsportbeleid voldoende zal zijn om Nederland ook op langere duur te kunnen laten opboksen tegen andere landen. Deze investeren ook in sport en vaak nog meer dan ons land. Toch zijn we de laatste jaren veel meer aan bewegen uit gaan geven.

Huishoudens staken in 2003 3,4 miljard in sport, een stijging van ruim een derde vergeleken met drie jaar eerder. De overheidsuitgaven stegen met 24 procent naar 896 miljoen euro.

Banen

Daarvan komt het leeuwendeel voor rekening van de gemeenten (813 miljoen). Er komen steeds meer banen in de sportsector, waardoor de perspectieven van de groeiende groep mensen met een sportopleiding rooskleurig zijn.

NOCNSF is zeer blij met de algemene conclusie dat Nederland steeds meer opschuift in de richting van een echt Sportland. Hoewel het absolute aantal sporters dat sport bij een sportvereniging toeneemt, daalt echter het relatieve marktaandeel van de verenigingen vergeleken met individuele sporten. Dit, gevoegd bij de gegevens dat sporters bij verenigingen vaker voldoen aan de beweegnorm, geeft volgens NOCNSF aan hoe belangrijk het is te blijven investeren in de sportinfrastructuur zelf.