LONDEN - Een slechte communicatie en een gebrek aan elementaire medische voorzieningen hebben de hulpverlening na de aanslagen in Londen op 7 juli 2005 belemmerd. Dat staat in een rapport van de gemeenteraad van de Britse hoofdstad, dat maandag na zes maanden onderzoek is gepubliceerd.

Op 7 juli vorig jaar werd Londen getroffen door zelfmoordaanslagen in het openbaar vervoer. Op drie plekken in de ondergrondse en in een bus lieten radicale moslims bommen ontploffen, waardoor 52 personen om het leven kwamen en ongeveer zevenhonderd personen gewond raakten.

De gemeenteraad uit in het rapport flinke kritiek op de gebreken in de organisatie van de noodhulpdiensten, meldde de Britse omroep BBC. Met name communicatie tussen reddingswerkers boven en onder de grond bleek vaak onmogelijk of gebrekkig.

Gewonden

Ook was in veel gevallen onduidelijk waar zich precies gewonden bevonden die hulp nodig hadden. Ook werden uitsluitend ziekenhuizen met afdelingen voor spoedopname gewaarschuwd, terwijl kleinere klinieken in de buurt eerste hulp hadden kunnen bieden.

In het rapport wordt het "ongelofelijk" moedige en inventieve optreden van veel hulpverleners en burgers benadrukt. Vooral aan het vastberaden handelen van individuele inwoners van Londen is het te danken dat het op 7 juli niet nog erger werd, aldus een van de opstellers van het rapport, raadslid Peter Hulme-Cross. De onderzoekers willen dat de hulpverleners zo snel mogelijk van digitale communicatiemiddelen worden voorzien.