HONGKONG - Duizenden mensen hebben zaterdag in een park in Hongkong het bloedbad op Tiananmen van 4 juni 1989 herdacht. Zondag was het zeventien jaar geleden dat het Chinese Volksleger de democratiseringsbeweging op het Plein van de Hemelse Vrede in de Chinese hoofdstad Beijing met geweld de kop indrukte.

Voor zover bekend vormde de bijeenkomst in het Victoriapark in Hongkong de enige openbare herdenkingsplechtigheid in de Chinese Volksrepubliek. In de rest van China was het streng verboden in het openbaar stil te staan bij het bloedbad van 1989.

Volgens de organisatoren van de herdenking in Hongkong waren er 44.000 mensen in het park; de politie hield het op 19.000.

Tiananmen Moeders

Ondertussen hebben nabestaanden van de slachtoffers opnieuw gevraagd om compensatie en een herwaardering van de gebeurtenissen. "China bevindt zich midden in een kritiek moment van vreedzame transformatie", schreven de Tiananmen Moeders, een groep die nabestaanden vertegenwoordigt, maandag in een open brief. "Het moet gebeurtenissen van historisch belang, waaronder het bloedbad van 4 juni zeventien jaar geleden, opnieuw beoordelen."

Sociale stabiliteit

De Chinese autoriteiten hebben de democratiseringsbeweging van 1989 gekwalificeerd als een contrarevolutionair oproer en blijven erbij dat hun optreden nodig was om de sociale stabiliteit te bewaren. Over de precieze gang van zaken daarbij bewaren zij het stilzwijgen en elke poging tot herdenking van de honderden of misschien wel duizenden slachtoffers rond 4 juni wordt resoluut de kop in gedrukt.

Verontschuldigingen

De Tiananmen Moeders zeiden in hun brief te begrijpen dat de kwestie niet in één klap kan worden opgelost en pleiten voor een geleidelijk proces om de slachtoffers recht te doen door middel van verontschuldigingen en compensatie. Ook vroegen zij de regering een eind te maken aan de beperking van de persoonlijke vrijheid van nabestaanden, toestemming te geven voor openbare herdenkingsbijeenkomsten en nabestaanden toe te staan geld in te zamelen.