DEN HAAG - Het Openbaar Ministerie gaat in hoger beroep in de strafzaak tegen vier voormalige Ahold-bestuurders. Cees van der Hoeven, Michiel Meurs en Jan Andreae werden op 22 mei schuldig bevonden en kregen voorwaardelijke straffen en geldboetes opgelegd. Oud-commissaris Roland Fahlin werd door de rechtbank in Amsterdam vrijgesproken.

Bekijk video: Modem/ Breedband

De reikwijdte van het beroep wordt later bekendgemaakt, zo liet het Functioneel Parket van het Openbaar Ministerie (OM) donderdag weten. Dan wordt bekend op welke specifieke punten het OM in beroep gaat. Tot dan onthoudt het parket, gespecialiseerd in financiële rechtszaken, zich van commentaar.

Strafmaat

Oud-topman Van der Hoeven kondigde direct na de uitspraak al aan in beroep te gaan tegen de uitspraak. Meurs en Van der Hoeven werden schuldig bevonden aan valsheid in geschrifte en misleiding van de accountant. Het OM noemde het kort na het vonnis terecht dat drie voormalige bestuurders van Ahold waren veroordeeld. "Maar bij de strafmaat komt de rechtbank tot een andere conclusie dan het OM", zei officier van justitie Hendrik-Jan Biemond toen.

Cel

De meervoudige strafkamer veroordeelde Van der Hoeven en zijn financiële rechterhand Meurs allebei tot een voorwaardelijke gevangenissstraf van negen maanden en 225.000 euro. Het OM had twintig maanden cel geëist waarvan zes maanden voorwaardelijk.

Bestuurder Jan Andreae kreeg vier maanden voorwaardelijke celstraf en een boete van 120.000 euro, terwijl de commissaris Roland Fahlin werd vrijgesproken. Tegen deze twee toplieden had justitie één jaar gevangenisstraf en respectievelijk zes en negen maanden voorwaardelijk geëist.

Misleiding

Van der Hoeven en Meurs hebben door het ondertekenen van zogenoemde side letters valsheid in geschrifte gepleegd, concludeerde de rechtbank in het vonnis. In deze side letters ontkende Ahold dat het de baas was bij zijn gezamenlijke buitenlandse dochterbedrijven zoals in control letters werd beweerd. Deze zeggenschap had Ahold nodig om onder Amerikaanse boekhoudregels de volledige omzet van de buitenlandse halfdochters bij de eigen omzet te mogen tellen. Van der Hoeven en Meurs misleidde de accountant door deze wel de control letter, maar niet de side letter te laten zien.