AMSTERDAM - Dagblad De Telegraaf spant een kort geding aan tegen de Nederlandse staat in de persoon van minister Johan Remkes van Binnenlandse Zaken. De Telegraaf verzoekt de rechtbank om de Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst (AIVD) opdracht te geven direct te stoppen met het afluisteren van twee journalisten van de krant.

De al van eerdere afluistermomenten verkregen informatie wil de krant vernietigd hebben, aldus een verklaring van de hoofdredactie woensdag.

De Nederlandse Vereniging van Journalisten en het Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren steunen de stap van het dagblad en hebben zich als belanghebbende gevoegd. De partijen menen dat de Staat met het afluisteren van de journalisten artikel 10 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens, dat de vrijheid van meningsuiting en in het verlengde daarvan van de persvrijheid, heeft geschonden.

Op 20 mei achreef het dagblad dat twee van zijn journalisten, Joost de Haas en Bart Mos, maandenlang zijn afgeluisterd door de AIVD.

Mink K.

Dit gebeurde na publicatie over staatsgeheime dossiers over topcrimineel Mink K. die in handen van de drugsmaffia waren gevallen. Bij de observaties van de journalisten zou gebruik zijn gemaakt van richtmicrofoons.

Dinsdag antwoordde verantwoordelijk minister Remkes dat de AIVD indien nodig journalisten mag afluisteren. Journalisten mogen bij hun beroepsuitoefening niet handelen in strijd met de wet en zijn dus niet gevrijwaard van onderzoek door het Openbaar Ministerie of de AIVD.

Remkes onderstreepte dat het afluisteren alleen gebeurt als dat echt noodzakelijk is en na persoonlijke toestemming van de minister. "In de wet zijn verder geen bijzondere eisen gesteld ten aanzien van eventueel onderzoek naar journalisten", aldus de bewindsman.

Buiten proportie

De Telegraaf is echter van mening dat de bescherming van de belangen van de Staat de afluisterpraktijk niet rechtvaardigen omdat deze niet in proportie staat met het gepleegde delict, daarnaast geen alternatieven voor de waarheidsvinding zijn voldaan, en de minister het belang van de pers gezien haar positie in de democratische rechtsstaat niet zorgvuldig heeft afgewogen tegen de belangen van de staat.