DEN HAAG - Het ministerie van Defensie is van plan alle mobilisabele eenheden op te heffen. Vooral voor de Koninklijke Landmacht heeft die beslissing dat grote gevolgen. Enige honderden burgerambtenaren van het ministerie zouden naar een andere baan moeten omzien.

De ministerraad zal binnenkort beslissen over de opheffing, die volgens een woordvoerder van het ministerie in de lijn der verwachtingen ligt. De huidige krijgsmacht heeft behoefte aan "parate flexibele eenheden", zoals de woordvoerder het dinsdag uitdrukte. "De grootschaligheid uit de Koude Oorlog is voorbij." De ambtenaren beheren de mobilisatiecomplexen waar tanks, voertuigen en geweren liggen opgeslagen. Nederland telt een tiental van dergelijke complexen. Hoeveel materieel daar staat opgeslagen, kon Defensie dinsdag niet zeggen. Het ministerie wil veel materiaal gaan verkopen.

Ook de duizenden reserve-militaren zijn voortaan niet meer nodig. De landmacht telt circa 40.000 reservisten, die in geval van oorlog opgeroepen kunnen worden. Tot aan de jaren negentig werd dit slapend leger geregeld opgeroepen voor een militaire oefening. Sinds de val van de Berlijnse muur werd echter nauwelijks nog geoefend.

Het departement moet de komende vier jaar in totaal 816 miljoen euro bezuinigen. Alleen op de ontwikkeling van de Joint Strike Fighter, het Amerikaanse gevechtsvliegtuig en de mogelijke opvolger van de F-16, zal zeker niet worden beknibbeld, bleek al op prinsjesdag.

Van investeringen is bij Defensie geen sprake meer. De top van het ministerie bekijkt of bepaalde materieelorders ongedaan kunnen worden gemaakt. In september maakte Defensie al bekend dat in het uiterste geval kan worden besloten tot het opheffen van bepaalde eenheden. Ook zal er minder geld worden uitgegeven aan vredesoperaties.