BAGDAD - Bij twee aanslagen met autobommen dinsdag in Irak zijn zeker 37 doden gevallen. Op een groentemarkt in de hoofdstad Bagdad kwamen 25 mensen om het leven. Zeker zestig anderen raakten gewond. In de stad Hilla vielen zeker twaalf doden en 36 gewonden.

In een bakkerij in het oosten van Bagdad kwamen door een ontploffing negen personen om het leven, tien anderen raakten gewond. De politie sloot een zelfmoordaanslag niet uit.

Onthoofdingen

Veel slachtoffers maakte ook een terrorist, die door de Iraakse veiligheidsdiensten is gearresteerd. De man zou honderden mensen hebben onthoofd. De man was vooral actief in de wijk Hurriya in Bagdad. Hij bekende de onthoofdingen tijdens verhoor.

In verband met het geweld in het westen van Irak besloot de hoogste Amerikaanse militair in Irak, generaal George W. Casey, in dat gebied een reserve-eenheid in te zetten. Ongeveer 1500 Amerikaanse militairen die in Koeweit waren gestationeerd, arriveerden dinsdag in buurland Irak.

De extra troepen worden gedirigeerd naar de provincie Anbar, waar ze tijdelijk hun Amerikaanse en Iraakse collega's zullen ondersteunen bij het bestrijden van islamitisch-soennitische opstandelingen.

Extra militairen

The Washington Post berichtte eerder op de dag dat het Amerikaanse leger in totaal 3500 extra militairen naar Anbar stuurt. Grote delen van deze provincie zijn in handen van opstandelingen.

Soennitische sjeiks in de provinciehoofdplaats Ramadi begonnen eind vorig jaar met de Amerikanen samen te werken, maar na aanslagen door rebellen van Al Qaida-kopstuk Abu Musab Al Zarqawi is aan deze samenwerking een eind gekomen.

Schoonvegen

Inwoners van Ramadi vrezen dat het Amerikaanse leger met een groot offensief de stad wil schoonvegen van opstandelingen zoals eerder is gebeurd in Fallujah. Honderden mensen zouden de stad al zijn ontvlucht.

De Amerikaanse militairen in Ramadi drongen al langer aan op het sturen van versterkingen. De Amerikanen verdedigen in het centrum vijf blokken waar het bestuur van de stad is gevestigd. Zij liggen bijna constant onder vuur als zij in de stad patrouilleren.

De Iraakse premier Nuri Al Maliki kondigde aan naar de Zuid-Iraakse stad Basra te vliegen om een einde te maken aan de gevechten tussen rivaliserende islamitisch-sjiitische facties.

Maliki dreigde hard op te treden tegen "bendes" die zich schuldig maken aan de plundering van olietransporten en andere lucratieve goederen. De havenstad Basra, het Rotterdam van Irak, speelt een cruciale rol bij de invoer en uitvoer.