DEN HAAG - De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) mag indien nodig journalisten afluisteren. Journalisten mogen bij hun beroepsuitoefening niet handelen in strijd met de wet en zijn dus niet gevrijwaard van onderzoek door het openbaar ministerie of de AIVD.

Minister Johan Remkes van Binnenlandse Zaken heeft dat dinsdag geantwoord op schriftelijke vragen van Tweede Kamerlid Anton van Schijndel (VVD). Aanleiding daarvoor was een bericht dat de AIVD twee journalisten van De Telegraaf heeft afgeluisterd, omdat zij verdacht werden van het schenden van staatsgeheimen. Ze hadden bericht dat geheime rapporten van de BVD, de voorloper van de AIVD, in het criminele circuit circuleren.

Remkes onderstreept dat het afluisteren alleen gebeurt als dat echt noodzakelijk is en na persoonlijke toestemming van de minister. "In de wet zijn verder geen bijzondere eisen gesteld ten aanzien van eventueel onderzoek naar journalisten", aldus de bewindsman.

Verschoningsrecht

Wel schrijft Remkes dat hij zich realiseert dat "de pers vanwege haar bijzondere positie in een democratische samenleving verregaande bescherming verdient". Daarom is in de jurisprudentie geregeld dat journalisten hun bronnen mogen beschermen door een beroep te doen op het verschoningsrecht.

Ook zal steeds "extra zorgvuldig moeten worden afgewogen of onderzoek naar journalisten noodzakelijk is en of aan alle wettelijke eisen is voldaan".

Het antwoord van de minister betekent volgens belangenverenigingen dat journalisten een hoge prijs moeten betalen voor het waarschuwen van de samenleving dat staatsgeheimen circuleren in het criminele circuit. Dat schrijven het Genootschap van Hoofdredacteuren en de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) dinsdag in een gezamenlijke reactie.

Schadelijk

"Dit is zeer te betreuren. In plaats van de media dankbaar te zijn dat ze hun rol in een democratische rechtsstaat vervullen, moeten de betreffende journalisten een intimiderend onderzoek ondergaan en worden ze vier maanden lang afgeluisterd. Dit is buiten elke proportie en schadelijk voor de beroepsuitoefening van journalisten, die immers gebruik maken van vertrouwelijke bronnen", staat in de reactie.

Beide organisaties hopen dat de Tweede Kamer de minister dit besef weet bij te brengen.