DEN HAAG - Minister Verdonk (Vreemdelingenzaken) heeft onzorgvuldig en onrechtmatig gehandeld door persoonsgegevens van de scholiere Taïda Pasic via een krant naar buiten te brengen. De verstrekking van deze gegevens zoals dat in februari is gebeurd, is in strijd met de Wet bescherming persoonsgegevens.

Dat heeft het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) maandag na een onderzoek bekendgemaakt. De wet eist dat bestuurders uiterst terughoudend zijn bij het openbaar maken van persoonsgegevens uit individuele dossiers.

Het was volgens het CBP voor het eerst dat de minister via de media gegevens uit een vreemdelingendossier publiek maakte. De Telegraaf publiceerde het verhaal op 5 februari onder de kop 'Verdonk: Taïda pleegt fraude'. Het meisje was illegaal in Nederland om te proberen haar VWO-examen te halen.

Gevaar

Het college wilde toetsen of de minister zich had gehouden aan het kader zoals het CBP dat had vastgelegd op 15 maart 2005. Dat advies verscheen op verzoek van Verdonk zelf. De kern was dat persoonsgegevens uit individuele dossiers alleen in uitzonderlijke omstandigheden mogen worden verstrekt. Dat kan het geval zijn als de taakvervulling van de minister daadwerkelijk in gevaar zou komen als de informatie niet zou worden verstrekt.

Verdonk is het niet eens met het oordeel van het onafhankelijke college, zo laat haar woordvoerder in een reactie weten. Volgens hem houdt zij zich aan de afspraken zoals die vorig jaar maart zijn gemaakt met de Tweede Kamer. Die hield op 16 maart vorig jaar een spoeddebat over de vraag of de minister in bepaalde gevallen asielgegevens mag vrijgeven.

Publiciteit

De bewindsvrouw vond dat nodig om zich te kunnen verdedigen tegen onjuiste verhalen van asielzoekers die zelf de publiciteit hadden gezocht. Op de SP en GroenLinks na stemde de Tweede Kamer ermee in dat Verdonk dat mocht doen. Zij moest daarin wel zorgvuldig en terughoudend zijn en binnen de kaders van de privacywet blijven.

Verdonk heeft bij het CBP als verdediging aangevoerd dat de uitvoering van het vreemdelingenbeleid in gevaar kwam door "onevenwichtige berichtgeving in de media". Maar het CBP schuift dat aan de kant en meldt dat de beeldvorming in de eerste week van februari niet of nauwelijks bepaald werd door uitlatingen van Pasic zelf of haar omgeving. Wel was er aandacht in de media voor twee rechterlijke uitspraken die gunstig uitpakten voor de scholiere.

Grondwet

Het college wijst nadrukkelijk op de grondrechtelijke bescherming van de persoonlijke levenssfeer. De minister moet zich volgens het CBP aan de wet en de grondwet houden, ook al heeft de Tweede Kamer ingestemd met de opvatting dat zij haar beleid in de publiciteit mag verdedigen.

De advocaat van Taïda, Annelies Hoftijzer, sluit niet uit dat Taïda bij Verdonk een schadevergoeding gaat eisen. Zij wil hierover echter eerst met haar cliënt overleggen.

Vrij spel

De raadsvrouw is blij met de uitspraak, niet alleen voor Taïda, maar ook voor andere vreemdelingen. "De minister heeft in deze geen vrij spel meer. Het gaat om gevoelige kwesties, zeker als het land van herkomst van de gegevens misbruik zou kunnen maken. De betrokkenen hebben met deze uitspraak een extra stok achter de deur", aldus Hoftijzer.

'Zware overtreding'

GroenLinks wil minister Rita Verdonk (Vreemdelingenzaken) dinsdag in de Tweede Kamer aan de tand voelen over de "zware overtreding" die ze heeft begaan door persoonsgegevens van Taïda Pasic via een krant naar buiten te brengen. Verdonk moet duidelijk aangeven wat het oordeel van het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) over deze zaak betekent voor haar beleid.

Dat zei GroenLinks-Kamerlid Naïma Azough maandag in een reactie op het onderzoek van het CBP. De Kamer mag volgens haar niet lichtvaardig over de kwestie heenstappen, zoals volgens haar recent in andere zaken wel is gebeurd uit angst voor te snelle verkiezingen of de val van de minister.

De vraag of Verdonk zou moeten opstappen nu ze volgens het CBP in strijd met de wet heeft gehandeld, liet Azough nog open. Ze wil eerst het antwoord van de minister afwachten.