YOGYAKARTA - De reddingswerkzaamheden op het Indonesische eiland Java, dat zaterdagochtend werd getroffen door een krachtige aardbeving, komt maar moeizaam op gang. Hulpverleners ondervinden veel hinder van naschokken en zware regenval. Tot dusver zijn ruim 4600 doden geteld, onder wie een man uit Nederland. Gevreesd wordt dat het totale aantal doden richting de 10.000 gaat.

Bekijk video: Modem/ Breedband

De regen die zondag meedogenloos uit de hemel bleef vallen, bemoeilijkte niet alleen het reddingswerk, maar trof ook de tienduizenden angstige overlevenden. Velen van hen overnachtten uit vrees voor meer naschokken in de openlucht of in lekkende tentjes op straat of in rijstvelden. In sommige dorpen rond de zwaar getroffen stad Yogyakarta zijn vrijwel alle huizen verwoest.

Noodtoestand

De regering van Indonesië heeft zondag de noodtoestand uitgeroepen. Vice-president Jusuf Kalla verklaarde na een zitting van het kabinet dat de toestand geldt voor een periode van drie maanden. De noodtoestand moet het mogelijk maken om sneller en efficiënter hulp te bieden aan de tienduizenden ontheemden. Kalla zei dat de volledige wederopbouw van het getroffen gebied binnen een jaar afgerond moet zijn.

Hulp

De buitenlandse hulp stroomt intussen binnen. Het Internationale Rode Kruis liet zaterdag weten dat ruim 7,6 miljoen euro nodig is voor de eerste noodhulp. De Nederlandse regering heeft al 1 miljoen uitgetrokken voor de slachtoffers op Java. Ook andere landen en organisaties hebben steun toegezegd, waaronder de Verenigde Staten en de Europese Unie.

Volgens de Indonesische autoriteiten is er vooral een tekort aan artsen en medische voorzieningen in het rampgebied. In verband met de dreigende uitbarsting van de vulkaan Merapi in dezelfde regio waren al veel medische hulpverleners in Midden-Java aanwezig, maar de ziekenhuizen kunnen de enorme stroom gewonden desondanks nauwelijks verwerken.

Honderden gewonden, van wie de meesten botbreuken hebben opgelopen, moeten bij gebrek aan ziekenhuisbedden in de openlucht worden behandeld. Zij liggen op zeiltjes, matjes en zelfs stapeltjes kranten. Verpleegkundigen moeten bij gebrek aan apparatuur infusen ophangen aan boomtakken. Veel slachtoffers hebben sinds het natuurgeweld zaterdagochtend vroeg toesloeg niets meer gegeten.

Artsen zonder Grenzen

De afdelingen van Artsen zonder Grenzen in België en Frankrijk hebben teams van onder anderen artsen naar het gebied rond Yogyakarta gestuurd. Noorwegen heeft ook een medisch team gestuurd dat een veldhospitaal moet gaan opzetten. Ook de VS, China, Australië en veel Aziatische buurstaten hebben Indonesië geneeskundige hulp aangeboden voor de slachtoffers.

Kerkinactie en ICCO hebben zondag 100.000 euro beschikbaar gesteld voor noodhulp aan de slachtoffers. Het geld komt ten goede aan de noodhulpinspanningen van partners van beide organisaties in Indonesië.

Het epicentrum van de beving, die zaterdag plaatshad rond 01.00 uur Nederlandse tijd, lag volgens de website van de Amerikaanse geologische dienst USGS dicht voor de kust op een diepte van 17,1 kilometer onder de zeebodem. De regio Bantul, ten zuiden van de stad Yogyakarta, is het zwaarst getroffen. In dat gebied wonen ongeveer 800.000 mensen, aldus de website van de regionale overheid. Het is een grotendeels agrarisch gebied maar wel zeer dichtbevolkt.

De aardbeving, die volgens de USGS een kracht had van 6,3 op de schaal van Richter, heeft beperkte schade aangericht aan het wereldberoemde monument Borubudur, het grootste boeddhistische complex ter wereld. Op foto's die kort na beving zijn gemaakt, is te zien dat kleinere bouwwerken nabij het hoofdmomument zijn verwoest, maar het totale complex is intact. Ook het nabij gelegen hindoeïstische complex Prambanan liep schade op.