BAGDAD/BASRA - De Iraanse minister van Buitenlandse Zaken Manouchehr Mottaki heeft vrijdag in Bagdad overleg gevoerd met zijn Iraakse collega Hoshiyar Zebari. Mottaki maakte na afloop tegenover de pers duidelijk dat zijn land niet meer met de VS over Irak wil praten. Iran reageerde eerder positief op een Amerikaans verzoek in die richting.

De Verenigde Staten hebben volgens Mottaki een negatieve sfeer geschapen met de Amerikaanse weerstand tegen het Iraanse nucleaire programma. Mochten de Amerikanen Iran aanvallen dan slaat de islamitische republiek meteen hard terug, aldus Mottaki. Hij voegde eraan toe dat "de kansen op een confrontatie minimaal zijn".

Teheran gaat dus volgens de bewindsman niet in direct contact treden met Washington over Irak. Mottaki's Amerikaanse collega Condoleezza Rice dacht in maart nog hardop dat Amerikaans-Iraans overleg over Irak nuttig zou zijn.

Een Iraakse sjiitische voorman, Abdul Aziz Al-Hakim, had diezelfde maand op dergelijk overleg aangedrongen. Een Iraanse topfunctionaris reageerde daar toen positief op. Washington en Teheran hebben geen diplomatieke betrekkingen meer sinds de islamitische revolutie in Iran van 1979.

Veiligheid

Een Amerikaans-Iraanse toenadering inzake Irak zou de veiligheidssituatie in Irak kunnen helpen verbeteren, menen waarnemers. In het Zuid-Iraakse Basra bijvoorbeeld dreigt volgens hen de situatie volledig uit de hand te lopen. De stad ligt vlakbij de Iraanse de grens.

Vrijdag nog werden in Basra de lichamen van tien gemartelde en vervolgens vermoorde burgers aangetroffen. Op straat werd op klaarlichte dag een soennitische geestelijke, Muwaffak Al Hamdani, door onbekenden vermoord. De onder gezag van Britse troepen geplaatste stad lijkt het exclusief domein te zijn geworden van bewapende extremistische groepen uit de sjiitische bevolking van Zuid-Irak.

De Verenigde Staten veroverden in 2003 gewapenderhand Irak. Dictator Saddam Hussein en zijn overwegend gematigd soennitische elite kwam ten val. De soennitische minderheid in Irak verloor zo zijn dominante positie ten gunste van de sjiieten die in Irak en Iran een meerderheid vormen.