DEN HAAG/PUTTEN - Minister Karla Peijs (Verkeer) is het vierkant oneens met de Tweede Kamer die een snel spoor naar het noorden wel ziet zitten. Zij ziet er nog steeds geen heil in, maakte zij maandag al duidelijk op een jaarlijks transportdiner in Putten. "Als het noorden het zelf wil bouwen, moeten ze het zelf maar doen."

De noordelijke provincies, die lobbyen voor een hogesnelheidstrein (HST), kregen dinsdag de steun van een ruime Kamermeerderheid van CDA, VVD, PvdA, GroenLinks, SP en ChristenUnie voor een goede verbinding tussen de Randstad en het noorden. Voor een verzamelde menigte van ruim duizend demonstranten op het Plein voor het Kamergebouw staken diverse fractievoorzitters, onder wie Maxime Verhagen van Peijs' eigen CDA, hun een hart onder de riem. Dat gold ook voor Wouter Bos (PvdA) mits onderzoek uitwijst dat een snelle trein haalbaar is.

Vorige maand besloot het kabinet op voorstel van Peijs de aanleg van een Zuiderzeelijn (ZZL) tussen Amsterdam/Schiphol en Groningen te schrappen. Nut en noodzaak zouden onvoldoende zijn aangetoond. De Kamer praat volgende week met de bewindsvrouw over dit besluit.

Onrendabel

Als die het afdwingt dat er een snel spoor moet komen naar het noorden, "wil de minister het niet gaan trekken", zei haar woordvoerster woensdag. "Het is volgens haar een onrendabel project. Er dreigt een Betuwelijn-scenario." Zij doelde op de peperdure goederenspoorlijn die vanaf volgend jaar Rotterdam met Duitsland moet verbinden.

De bijna 3 miljard euro die het kabinet heeft gereserveerd voor een ZZL, wil Peijs besteden aan openbaar vervoer en wegen in het noorden en de zogenoemde Noordvleugel van de Randstad, onder meer voor een betere bereikbaarheid van Almere. Eind juni wil het kabinet daarover knopen doorhakken.