AMSTERDAM - Voor het eerst in lange tijd wordt Nederland weer genoemd in het jaarboek van Amnesty International. De mensenrechtenorganisatie maakt zich namelijk ernstig zorgen over de behandeling van asielzoekers en migranten.

De organisatie uit ook scherpe kritiek op de strengere anti-terrorismewetgeving. De kritiek richt zich vooral op het strafbaar stellen van het verheerlijken, bagatelliseren en ontkennen van terrorisme. Amnesty vindt dat regeringen de internationale strijd tegen terrorisme blijven misbruiken om fundamentele mensenrechten te schenden.

Het Jaarboek uit ook kritiek op de gang van zaken rond de Syriër Abd-al Rahman al Musa. Deze man werd door de Koninklijke Marechaussee uitgezet naar de VS, zonder hem de mogelijkheid te geven asiel aan te vragen in Nederland. Vanuit de Verenigde Staten werd hij onmiddelijk teruggestuurd naar zijn geboorteland Syrië. Daar werd hij bij aankomst direct gearresteerd en gevangengezet. Volgens Amnesty zit hij anderhalf jaar later nog steeds gevangen.

Doodstraf

De bestrijding van de doodstraf krijgt ook in het jongste jaarboek veel aandacht. Volgens Amnesty zijn er in 2005 zeker 2148 mensen terechtgesteld. Zeker 5186 mensen kregen de doodstraf.

Het gaat hier alleen om zaken die bekend zijn bij de organisatie. De werkelijke aantallen liggen vrijwel zeker veel hoger. Evenals in voorgaande jaren vond het gros van de executies plaats in een handjevol landen. In 2005 werd 94 procent van de doodstraffen voltrokken in China, Iran en de Verenigde Staten.

Hoop

Volgens Amnesty zijn er ook hoopgevende ontwikkelingen. Amnesty put vooral hoop uit de wetenschap dat steeds meer internationale en nationale instellingen mensenrechtenschendingen onderzoeken.

De Raad van Europa en het Europees Parlement startten onderzoeken naar Europese betrokkenheid bij 'buitenwetttelijke overdrachten' van gevangenen door de Verenigde Staten naar landen waar de gedetineerden het risico lopen te worden mishandeld of gemarteld.

Alle 25 EU-landen, op Denemarken en Luxemburg na, staan in het Jaarboek 2006 vanwege mensenrechtenschendingen.