AMSTERDAM - Het Genootschap van Hoofdredacteuren wil zo spoedig mogelijk een gesprek met de AIVD en de ministers Piet Hein Donner (Justitie) en Johan Remkes (Binnenlandse Zaken) over het onderzoek naar twee journalisten van De Telegraaf.

De journalisten, Joost de Haas en Bart Mos, zijn vier maanden lang afgeluisterd. Ook hebben zij DNA moeten afstaan en zijn hun vingerafdrukken genomen. Justitie hoopt aan de hand van eventuele sporen op de stukken te achterhalen wie het materiaal heeft doorgegeven.

De journalisten schreven in januari dat het criminele circuit beschikt over geheime informatie van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst. De zaak gaat over omkoping van justitiepersoneel door topcrimineel Mink K. De AIVD onderzoekt hoe documenten rond hem in de onderwereld zijn terechtgekomen.

Ongehoord

Arendo Joustra, hoofdredacteur van Elsevier en voorzitter van het Genootschap van Hoofdredacteuren, noemde het zondag ongehoord dat journalisten op deze manier worden onderzocht. "Het wordt moeilijk voor journalisten om contacten te hebben met bronnen en met klokkenluiders als ze worden afgeluisterd. Bovendien hebben zij de publieke taak te berichten over dergelijke kwesties, waarbij het gaat om corruptie in de top van politie en justitie in Amsterdam", aldus Joustra.

Behalve dat hun bronnen opdrogen als geheime diensten journalisten afluisteren, "is de bijvangst voor justitie nogal groot". Zo krijgen zij ook andere informatie binnen waar het de geheime dienst niet in eerste instantie om te doen is.

Kamer

Joustra vindt dat de Tweede Kamer in deze kwesties een belangrijke taak heeft. "De Kamer wacht af. Het gaat om een vrije pers, de Kamerleden moeten erover nadenken en de politiek verantwoordelijken vragen stellen. Het gaat nu om De Telegraaf en dit onderzoek is bekend geworden, maar we weten niet of het vaker gebeurt."

Ook PvdA-Tweede Kamerlid Aleid Wolfsen wees zondagavond op het grote belang van de persvrijheid. Voor het aftappen van journalisten moet er wat hem betreft sprake zijn van de extreme omstandigheid dat de staatsveiligheid in gevaar is. "Journalisten afluisteren moet het laatste zijn waar je aan denkt", aldus Wolfsen.

Opheldering

De PvdA'er wil dat de Kamercommissie voor toezicht op de veiligheidsdiensten opheldering vraagt aan de miniser van Binnenlandse Zaken, die toestemming moet geven voor afluisteren. Ook vindt hij het belangrijk dat journalisten met de ministers en de AIVD om de tafel gaan zitten.

CDA-Tweede Kamerlid Sybrand van Haersma Buma reageerde zondag terughoudend, omdat hij zei de achtergrond van het onderzoek niet precies te kennen. Maar ook hij vindt dat de AIVD een hele goede reden moet hebben om zo te werk te gaan.

"Over het algemeen zijn journalisten niet uitgezonderd van het afluisteren, maar je kunt niet zomaar in het wilde weg journalisten gaan volgen. Die hebben een speciale verantwoordelijkheid", aldus de CDA'er.

Het Genootschap van Hoofdredacteuren heeft samen met de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) op 15 juni een gesprek met de top van het Openbaar Ministerie. In dit reguliere overleg zal het AIVD-onderzoek in ieder geval aan de orde komen.