DEN HAAG - Personen die van plan zijn een terroristisch misdrijf te plegen, lopen een grotere kans eerder in de kraag te worden gevat. Nieuwe wetgeving leidt ertoe dat politie en justitie sneller bijzondere bevoegdheden mogen inzetten om mogelijke daders op te sporen. Doel is om het risico van terreuraanslagen te verkleinen. Ook de vervolging van terrorismeverdachten wordt anders.

Een grote Kamermeerderheid van CDA, PvdA, VVD, SGP en waarschijnlijk D66 liet woensdag in een debat blijken in te stemmen met dit "ingrijpende" wetsvoorstel voor opsporing en vervolging van terroristische misdrijven. De wet is een vervolg op een eerdere antiterreurwet, waarin de straf omhoog ging en samenspanning strafbaar werd. De Kamer stemt dinsdag over de nieuwe wet van minister Piet Hein Donner (Justitie). De wet moet nog dit jaar ingaan.

Kern van de nieuwe wet is dat een aanwijzing voor terrorisme al kan leiden tot het gebruik van bijzondere opsporingsbevoegdheden. Nu moet eerst sprake zijn van een redelijk vermoeden. Bij de bijzondere opsporing kan het gaan om observatie, infiltratie, pseudokoop en telefoontaps.

Aanwijzing

Op het CDA na hadden de fracties moeite met het begrip aanwijzing, dat wordt gezien als een van de belangrijkste uitbreidingen van de huidige wetgeving. De PvdA ging akkoord met de uitleg van Donner dat de informatie concreet en controleerbaar moet zijn.

Een omschrijving in de wet opnemen, vond de PvdA niet meer nodig. In de praktijk moet er een beetje speelruimte zijn en dan is het het beste als het niet in de wet staat, zei Kamerlid Wolfsen. De SP en GroenLinks zijn bezorgd dat onschuldige mensen worden aangepakt.

Vergoeding

Donner wees een voorstel van PvdA en VVD af om een aparte vergoedingsregeling te maken voor mensen die ten onrechte van terrorisme werden verdacht of schade hebben geleden door acties van de politie of justitie. Donner wil dat niet, omdat het onderscheid maakt tussen soorten slachtoffers. Hij komt dit najaar met een algemene regeling voor gedupeerden van overheidshandelen.

Verder mogen opsporingsdiensten meer preventief fouilleren, mogen ze eerder gegevens van groepen van personen opvragen en kunnen verdachten sneller in bewaring worden genomen. Ook kan justitie straks stukken in het strafdossier langer geheim houden, tot 27 maanden. Nu is dat drie maanden. Periodiek wordt getoetst of het juist is dat informatie wordt achtergehouden.