ROME - De nieuwe centrumlinkse Italiaanse regering onder leiding van Romano Prodi is woensdagmiddag geïnstalleerd. De leden van het kabinet legden in het Quirinaalspaleis in Rome de ambtseed af voor president Giorgio Napolitano. Later in de namiddag zal het kabinet volgens de Italiaanse televisie meteen in een eerste zitting bijeenkomen.

Bekijk video: Modem/ Breedband

Massimo D'Alema is de nieuwe minister van Buitenlandse Zaken en een van de twee vicepremiers. De andere plaatsvervanger van Prodi is Francesco Rutelli, die ook minister van Cultuur is geworden. Op het departement van Binnenlandse Zaken komt de gewezen tweevoudig premier Giuliano Amato.

De coalitie onder leiding van de 66-jarige nieuwe premier versloeg vorige maand nipt de zittende regering onder leiding van de centrumrechtse politicus en mediamagnaat Silvio Berlusconi. Prodi heeft slechts een meerderheid van twee zetels in de Senaat.

Team

De coalitie van de ex-voorzitter van de Europese Commissie bestaat uit acht centrumlinkse partijen. Ondanks de krappe meerderheid en de niet geringe kans op ruzie binnen de veelzijdige coalitie toonde Prodi zich vol vertrouwen. Volgens hem is zijn kabinet "een team en niet een collectie individuen. Er bestaat een grote behoefte aan een nieuw begin".

Het oud-lid van de raad van bestuur van de Europese Centrale Bank, Tommaso Padoa Schioppa, moet de kwakkelende economie van het land weer vlot trekken. Italië heeft een oplopend begrotingstekort en de werkloosheid neemt toe. Vooral veel jongeren zitten zonder baan.

Vrouwen

Het kabinet bestaat uit 26 ministers, onder wie zes vrouwen. Dat is minder dan Prodi vooraf had beloofd. Van de ministers hebben er acht nog geen portefeuille, onder wie voormalig EU-commissaris Emma Bonino. Zij krijgen later een vakgebied toegewezen.

Berlusconi

Silvio Berlusconi droeg woensdagmiddag de macht in Italië over aan zijn opvolger als premier, Prodi. Vervolgens vertrok hij per auto uit Palazzo Chigi, het paleis in hartje Rome waar Italiaanse premiers kantoor houden. Het in groten getale toegestroomde publiek was even verdeeld als de kiezers in april: sommigen applaudiseerden voor de centrumrechtse leider, anderen floten hem uit of riepen luidkeels "boe".