DEN HAAG - Onderzoek door de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, die hierin samenwerkt met de AIVD, heeft uitgewezen dat een tiental medewerkers van Defensie het radicaal-islamitische gedachtegoed aanhangen. Nader onderzoek zal moeten uitwijzen of deze personen een bedreiging vormen voor de veiligheid of de paraatheid van de krijgsmacht.

Als zo'n onderzoek uitwijst dat hiervan sprake is, meldt de MIVD dat aan de hoogste ambtenaar van het ministerie van Defensie, maar dat is tot dusver niet gebeurd, aldus dinsdag een woordvoerder van Defensie.

Militairen moeten beschikken over een verklaring van geen bezwaar, die ze krijgen nadat bij hun sollicitatie onderzoek is gedaan naar hun achtergrond. Omdat radicale gedachten zich kunnen ontwikkelen als een militair in dienst is, blijft de MIVD dit soort onderzoek ook doen in een latere fase. Als dat onderzoek leidt tot de conclusie dat veiligheid of paraatheid in het geding zijn, wordt aan de secretaris-generaal van het ministerie voorgesteld de verklaring in te trekken.

Aangifte

Zo'n voorstel is niet gedaan, aldus de Defensiewoordvoerder. Ook is geen aangifte gedaan bij de marechaussee. De woordvoerder wijst erop dat de MIVD niet alleen onderzoek doet naar moslim-radicalisme maar ook naar andere vormen van extreem gedachtegoed.

Bij de ACOM, de CNV-bond voor militairen, en bij de AFMP, de FNV-bond voor defensiepersoneel, zijn geen gevallen bekend van mensen die in conflict zijn gekomen met Defensie omdat ze beschuldigd worden van moslim-radicalisme.